Wat er is

we hebben de nacht nodig
om de sterren te zien
iets nodig om te zien wat er is
niet eens de zon voor de kleur van alles maar
zuiver inktzwart duister
een schoot voor het licht van haar hemellichaam

iedereen die ooit leefde
heeft minstens één keer naar de maan gekeken
we huilden van blijdschap
en we lachten van verdriet
we hebben het maanlicht nodig
een schoot voor wat er overblijft in het donker

de wetten van de fysica vallen
minder is meer
de zon schijnt altijd
alleen soms gedempt door dekens en dan nog
de zee gaat niet onder
we hebben niet meer licht nodig
in het donker zien we dieper
elk lichaam heeft een eigen hartritme
een eigen soort licht

alles is er
past in geen parameter en toch
we hebben niets anders nodig dan wat er is
we hebben alleen nodig wat er is
alles wat we nodig hebben, is er
we moeten niets maken
we hebben niets nodig
alleen een schoot voor ons eigen licht
en een tweede schoot
voor wat er overblijft

we hebben de nacht
om de sterren te zien
en we hebben iets
dat het zwart tussen de sterren verlicht

14937824_10153861389107102_1566322364_n
*©voor de mooie tekening ‘Contrapunch’, bedank ik Maza.

♪we’re a part of something special

♪black as night

*’Wat er is’ werd geschreven na een belofte … Een belofte aan  Verhalenverteller Petra Beeckx. Deze straffe madamme kreeg me zover dat ik: – haar mijn notaboekje meegaf voor een week – dat ik openlijk mijn geheim over cola, spacecake en vogels opbiechte (wanna know?) én – dat ik daarbovenop nog een gedicht schreef voor haar nieuwe podcast ~soon to come op de wondermooie blog labeeckxblog.wordpress.

b4ff6a1f-5d57-44e4-9bcd-ec1261212876.jpeg

*(geentoeval)sterren gevonden enkele seconden na het opnemen van ‘Wat er is’ met Petra voor ‘De Kladversie‘ – in een klein zaaltje helemaal op het bovenste verdiep van deBuren.

Advertenties

Oud geluk

de naam voor een halve foto
van een oude vrouw met een appelrode jas
die alleen in het midden van een pier ijsbeent

haar evenwicht zoekt aan de wankelbare zee

terwijl zij afwisselend naar haar voeten, haar man en de horizon
achterom kijkt

de naam voor de wederhelft van een foto
van een oude man met een appelgroene jas
die alleen in het midden van een akker ijsbeert

zijn evenwicht houdt op het vaste land

terwijl hij om beurten naar zijn voeten, zijn vrouw en de grond
zijn blik schenkt

creatiefschrijven.be/jill-marchant-wint-beeld-express-januari-2015/

Ludo-Van-den-Schoor-kopie-266x300

ik dacht dat de zee op één plek aanspoelt
daar waar jij staat

en dat de golven in één richting bewegen naar daar
waar jij staat

maar hoe kan ik jou dan voelen
golven onder mij

hoe kan het dat ik in de spiegel
van de zee zie dat ik tegen mezelf bots

en jij voorbij vaart

14632846_674067326102002_2827731282020106766_n.jpg

♪Twilight

Hart.Steen.Papier.

Ik moet leren van mijn hart een steen te maken. Dus haal ik het uit mijn borstkas. Pak het in met bakpapier. Kleur het papier grijs met een zachte stiftpunt. Ik strek mijn arm uit, zo hoog als ik kan. En ik werp de steen loeihard op de grond. Ik hoor een zachte plof. Nog niet hard genoeg. Er ontstaat een rode plas rond het grijze pakje.

Ik leg mijn druipende hart in een rivier om het bloed weg te spoelen. Ik raap het terug op om een steen verlegd te hebben. En dan moet het wel een steen worden, want ik heb in die rivier een steen verlegd en geen hart.

Ik kan het op de valreep nog aan Music for Life geven om mijn steentje bij te dragen. Neen, want dan heb ik er wel een steen van gemaakt, maar dan is het ook weg. En ik weet niet naar welk goed doel. En dat is allemaal niet de bedoeling.

Dan maar naar de zee vandaag, naar de storm gaan kijken. Thuis zijn voor het avondeten is de enige gevierde vereiste. Ze lijkt een ver verleden, één waarin ik nog thuis bij mijn vader woonde en veel te moeizaam aan de vereisten voldeed. Maar op kerstavond flakkert ze naast het haardvuur terug op en weet je wat, ik zal zelfs te vroeg zijn straks. De regen vult de zee en maakt haar nog onmetelijker. Ik gooi mijn hart in die oneindigheid. Het zinkt als een baksteen. Missie volbracht. Maar dan begint mijn hart in mijn keel te kloppen en ontstaan er grote golven op het ritme van het gebonk in mijn hoofd en dan duik ik er achteraan met mijn kleren aan. Als een doorweekte hond strompel ik terug uit het water. Dat wordt een nieuwe kerstoutfit uitzoeken voor vanavond… En kan er iets of iemand mijn hart efkes vol laten lopen met iets anders dan water en met iets warms?

Zal ik het eens in de fik proberen steken anders? ‘Van liefde rookt de schoorsteen niet’, een aanlokkelijk winters tafereel om na te bootsen op deze koude 24ste december. Het begint te roken en schiet vrijwel meteen vurig in vlam. Er zit dus liefde in mijn zwartgeblakerde schoorstenen hart. En ooit kon ik wel alleen daarvan leven.

Nu leef ik tussen bergen en dalen en ik zeul een zwaar rotsblok mee. Het heeft een scherpe punt en een top die iets weg heeft van een boezem – het lijkt op mijn hart van weleer. Ik wil die bergen en ik neem er de dalen bij. En ik kan alleen de longen uit mijn lijf lopen of aan een schuilhut tot rust komen als mijn hart geen loodzware, vormeloze, onwrikbare steen meer is. Maar zacht, met een boezemvormige top. Aha, we zijn er. Ik ga mezelf tegenspreken en dat is altijd goed, want dan kan ik daarna gaan zwijgen: ik moet van mijn hart helemaal geen steen maken. Ik ben tevreden met het hart van een weekdier in mijn borstkas. En ja, een zacht hart valt al eens loeihard neer. Wie het ook was die de eerste steen geworpen heeft. En breekbaarheid is schoon.

Breekbaarheid, ik struikel over het woord. Alsof mensen echt kunnen breken. Een stem, dat kan breken. Een hart. Een kerstbal vanavond. Maar een hele mens?

Dat ga ik nu eens écht niet testen: mezelf inpakken in bakpapier, in de rivier gaan liggen, naah. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.

11791e38e038fddf8a151c19f411dc0e

♪Feel Real – Deptford Goth

Latté

Een ijzige wind waait door mijn ribben heen. Het is de eerste echte herfstdag en het zou evengoed zo meteen kunnen gaan sneeuwen. Ik overdrijf al eens en ik loop in mijn t-shirt naar het Dudenpark in Vorst. De enkelingen die ik op straat passeer, kijken me verbeten aan vanonder hun watervalcapucon. Het haar op mijn armen staat nu helemaal loodrechtop. Dit is de eerste keer sinds lange tijd dat ik het Park van Vorst compleet leeg aantref. Niemand hoort dus dat ik vloek op de gure regen. Eens goed vloeken kan deugd doen en ik voel mijn lijf simultaan opwarmen. Na de kuitenbijter aan de ingang van het park, damp ik als een versgezette kop koffie.

Magnifiek hoe warm een lichaam kan worden. Ik mijmer weg bij de menselijke gedachte dat we deze lichaamswarmte kunnen delen en verdubbelen met iemand, door zacht en warm tegen elkaar te liggen. Na een herfstwandeling bijvoorbeeld.
Van dit mooi mijmeren ben ik rats trager gaan lopen…

En vertrappel ik bijna een Schnauzer. Moeder en dochter gillen en dragen dezelfde regenfrak. Meneer grolt naar mij. Ik kijk naar beneden om de hond te detecteren. Deze heeft zijn normale vorm behouden en ik merk op dat het hele gezin laarzen draagt. Laarzen… ik krijg ik spontaan een onweerstaanbare hang naar hun laarzen. Het woord op zich, hun camouflagekleur, hun ronde top, hun zachte effen oppervlak en de mogelijkheden die ze inhouden. Door zee dolen, in plassen springen, door de modder lopen of door veld en vlaai, beektochten houden, het wijde bos in trekken. Het kan allemaal, maar met laarzen aan nog meer. Ik wil die mensen hun laarzen, ik wil hun hond, ik wil soep maken,
ik wil thuiskomen – bij iemand –, vertellen over de avonturen met mijn laarzen aan en ik wil mijn tintelende vingers rond een dampende tas koffie leggen.

Het is een nieuw gevoel voor mij, na mijn grote prioritaire behoefte aan een eigen plek, echt bij iemand te willen zijn. Ik ben een trage stier, mijn gevoel neemt tijd om te groeien en soms kom ik te laat. Er waren voortekens voor mijn gevoel, subtiel en aan het groeien: ik neem al maanden overal koffiemelkskes mee. Uit de Panos, uit de Coffee world, in alle cafés waar ik beland en waar mensen koffie bestellen, gritste ik reeds mening melkske van de tafel. Gratis, maar vooral voor niets.

Want zij dronk haar koffie altijd latté, maar maakt nu alleen haar eigen herfstwandelingen.
Ik ook. En ik drink mijn koffie altijd zwart.

En ik bedoel niet dat ge uw koffie op dezelfde manier moet drinken als uw lief.
Ik bedoel al de rest.
Het is al genoeg, al zoveel, als ge op zondag samen een herfstwandeling
kunt gaan maken, daarna uw laarzen uittrekt en wat lichaamswarmte deelt.

Flatlands – Chelsea Wolfe

Dit is waarom

Hoe kan iemand in enkele minuten zoveel indruk op je maken dat je die persoon nooit meer wil vergeten?

Hoe kan je die persoon dan ooit nog terug zien. Blijft een boek niet beter dan de verfilming ervan? Een vervolgverhaal krijgt ook zelden zelf nog een vervolgverhaal. Titanic twee is reeds een gezonken schip. Zeg me ook niet wanneer we elkaar zullen terugzien als we de telefoon inleggen. Laat het maar stil zijn na ‘ik mis je’.
Maar ik heb geen schrik dat zij een illusie is. En dan nog, heb ik geen schrik.
Ik wil wandelen op die bevrozen zee uit haar brief en ik boek mijn ticket naar Estland.

Zuid-Afrika, een jaar voordien. “Speel eens een liedje”, vraagt ze me grijnzend. Ik zet mijn vingers klaar op de kleine blikken piano, een verjaardagscadeau voor een vriendin die ik terug aan het spelen wil krijgen. Ik grijns terug en speelde ‘teteteteeem, teteteteeem’, Beethoven, zijn vijfde symfonie. Haar lach verraadt dat ik de uitdaging win. Ik moest wel, ik wilde haar nog leren kennen voor ze terug naar Estland vertrok. De avond voordien toen ze zelfzeker op me afkwam, we vervolgens de Fransen versloegen met een spelletje biljart en teveel cider dronken, was haar laatste avond in Kaapstad. En ik had de hele klim naar Cape Point, het meest Zuidelijke punt van Zuid-Afrika en meteen ook van de hele wereld, moeten horen van mijn vriendinnen dat niemand zomaar ‘Tot in mijn dromen’ zegt voor het slapengaan. Ze hebben wel een ‘point’. Hoe kan je dat cliché zo onschuldig gebruiken zonder de betekenis die schrijvers en charmeurs er aan gaven? Komaan. Toch ontken ik wat mijn vriendinnen zeiden, wijt mijn blos aan de zon en vertel hen al zeker niet dat ik de hele nacht elke beweging en elk woord dat ze gemaakt had, terug had liggen spoelen.

Het uitzicht is prachtig. Niets dan zee. Hier kan je verdwijnen. Zwemmen, kopje onder gaan en aan het andere eind van de wereld uitkomen. Hier stopt de wereldkaart. Hoe kan iemand in enkele minuten zoveel indruk op je maken? Hier gooi ik het allemaal overboord.
Toch vraag ik haar nummer voor ze de taxi instapt en mogelijk uit mijn leven verdwijnt.

Ik kijk naar alle trams die voorbij rijden om te zien of zij er niet zit. Tallinn is klein, dus ik kom haar nog wel tegen. ’s Avonds in hun woonkamer vraagt ze me om mijn hand uit te strekken. Ze neemt het vast en zegt tegen de liefde van haar leven dat het bijzonder is iemand te ontmoeten wiens handen zo goed in de hare passen. Hij lacht naar mij, knipoogt naar haar en ik voel zo hard dat ik leef.

“Kan het zijn dat die vriendschappen voor jou hechter of intenser zijn dan je vriendschappen hier?” vroeg een doorreisde docente me ooit tijdens een cursus ‘Reisverhalen schrijven’. Pal erop, ze sloeg de nagel op de kop. Ik moet kunnen vertrekken. Niet altijd bereikbaar zijn. Niet weten hoe laat het is en meegaan met de zon. Ik wil loslaten en verlangen. Ik wil mogen terugkomen. Weten dat we elkaar terug zullen zien, maar nog niet wanneer. Ik wil mensen om me heen waar ik brieven naar wil schrijven.

Reisverhalen, ik heb er drie. Met Laura wandelde ik hand in hand over een bevrozen zee. Van Azra kreeg ik sokken en een prachtige vriendschap. Op het dak van parking 58 in Brussel keken Silvia en ik naar de knipperende kamerlichten van de appartementsblokken in de verte. Daar gaat iemand weg. Daar komt iemand thuis. Daar wordt een licht zacht gedimd en smelten silhouetten samen…
Dit zijn zo’n momenten waarrond een hele film zou kunnen draaien. Het is die ene zin die blijft hangen. Één zin die me kraakt, die tot bij mijn hart geraakt. Dit is waarom ik op reis ga. Dit is het antwoord op alle waaromvragen. Liefde, want daar draait het allemaal om.

I see a darkness – Bonnie Prince Billy

577343_10150742565052102_1399163382_n.jpg