Roulette

Shit. Hij zoekt mijn ogen, hij gaat iets vragen. Er staan groeven in zijn gezicht en hij houdt een halve liter bier in zijn rechterhand. Er ontstaan rimpels op mijn gezicht en in mijn rechterhand houd ik een groene sleutelhanger in de vorm van een vogel waaraan mijn fietssleutel bengelt.

“Spreekt ge een beetje Frans?” vraagt een kerel me op de Vlaamse Steenweg. Dubbele shit. Hoe vaak heb ik deze vraag al niet gekregen en ben ik na mijn eerlijke antwoord overvallen geweest. Letterlijk, zonder pistool ofzo, maar ik was geld kwijt voor ik het wist. En figuurlijk, door een grote schaamte. Ik kan altijd wel een euro of twee drie missen… De gedachte dat ik in de winkel niet zelden een kwartier voor een rek sta te twijfelen tussen het kussenzacht toiletpapier van Scottex dat bestaat uit zes laagjes of een goedkoper merk met twee laagjes, schiet door mijn hoofd. Ik voel de twee laagjes zelfs even schuren…

Op andere momenten wanneer mijn eeuwige twijfel lijkt te slapen, bestel ik glazen en flessen à volonté en denk ik op den duur niet meer na. Voor hulp aan de overstroomde gebieden in Bosnië wil ik ook wel geld bijdragen. Omdat een goede vriendin van me, Azra, van daar afkomstig is. Maar de sukkelaar op de stoep wandel ik voorbij. Voorbij wandelen, vluchten van een overdosis verdriet die niet voorbij gaat. Geld uitgeven dat is een spelleke Roulette.

De stilte die tussen ons in hangt dringt tot mij door. Te laat en te stil antwoord ik ‘oui’. Dan pas zie ik hoe vriendelijk zijn ogen staan. Hemelsblauw zijn ze. ‘Helblauw’ heb ik als verwoording daarentegen nooit verstaan. Het is daar toch donker en rood, in de hel? Hij vraagt of hij me iets mag leren en wenkt me naar mijn fiets. Nogmaals shit. Ik betrap mijzelf op mijn bekakte vooroordeel en stap dichterbij.

Hij tikt met zijn rechterhand op zijn borst, net boven zijn hart. Ik wacht op wat er gaat volgen. ‘Cyclo’, lees ik op de plek waar hij zijn hand liet rusten. “Als je je fiets op slot doet, hang je best je slot rond het kader van de fiets én ook nog extra rond je achterwiel. Zo wordt het niet gepikt”. “Dju ja” ontsnapt me. Het is één van de lessen die mijn vader mij keer op keer meegaf wanneer we gingen fietsen door de velden van het Pajottenland, zelfs wanneer ik het correct deed. Ik had het hem dit keer ook wel horen zeggen – een echo uit mijn jeugd – maar ik had het niet gedaan, uit luiheid.

“Luiheid, dat betalen we soms heel duur”, zegt de kerel van Cyclo en hij knipoogt. “En waarom hoort het slot rond het achterwiel en niet rond het voorwiel, die wielen zijn toch hetzelfde?”, vraag ik nog voor de volledigheid. “De wielen lijken inderdaad wel op elkaar”, lacht hij, “maar aan je achterwiel hangen je vitessen. Dat wiel is veel meer waard”. “Dju ja”, ontsnapt me en ik hoor “voorzichtig voor uw derailleur, Jill, dat is veel waard!” echoën uit mijn herinneringen. Ik geef hem een hand, kijk even of er nu kettingsmeer op mijn hand plakt of niet en verplaats mijn slot naar een plek tussen de baar op straat, het kader en het achterwiel. “Goede avond nog. Bon weekend aussi. Bonne vie en fait” roept hij vrolijk uit en we vervolgen elk onze eigen weg.

“Shit”, zeg ik tegen de vriendin met wie ik al van het Vossenplein onderweg ben om een garnaalkroket te gaan eten, “ik dacht eerst dat hij geld wilde en…”. “En hij heeft eigenlijk gewoon een week heel hard gewerkt en hij had dorst”, vult ze me feilloos aan. We lopen zwijgend verder over de kasseien van de Vlaamse Steenweg. Ik wil haar iets zeggen over hoe zij wel tien minuten eerder enkele munten in een kartonnen koffiebeker had geworpen van een lichaam op de stoep en iets over mijn bekakte vooroordeel, ik voel het zelfs een beetje schuren… Maar we lopen zwijgend verder.

We bestellen onze garnaalkroket au Laboreur. We bestellen glazen en flessen, discussiëren over Brusselse, Vlaamse, Federale en Europese politiek en denken op den duur niet meer na. Al een chance dat mijn fiets er nog staat wanneer we beslissen terug naar huis te keren, met zijn twee wielen die op elkaar lijken en met het zadel dat… nouja… een beetje schuurt.

oogst

Advertenties

In de plooi

als wij bij elkaar zijn dan
liggen in de plooi van jou en mij
twee vrouwen
met twee volplooide verledens
met rimpels en met vouwen

in een plooi komen twee vlaktes samen
en soms is één van die twee
wat er mist

het gebeurt wel eens dat ik me oprol
in iemands woorden
dan ben ik
even weg

ik denk dat ik er in een natuurlijke houding lig
dat ik er op mijn eigen plooi kom
terwijl ik er vooral op woorden val
ik val erop of erover
en dan houden wij een woordenduel …
maar ik heb mijn eigen woorden gevonden
en ik durf ze te delen hier en
nu en dan

jij kan jezelf helemaal willen opvouwen
het donker maken.
even weg zijn
er zwijgen
jezelf later verkreukeld ontwarren
stil
blijven
dan houden wij een stille twist …
maar jij hebt je eigen stem gevonden
en je durft ze te zingen
voor steeds meer mensen in je living

we vrezen soms dat we het alleen zijn
tussen onze zoenen door
meer gewoon worden dan het samenzijn
wij hebben al eerder geleerd alleen sterk te zijn
neen, sterk te worden
en ons zo te houden
deze lijn trekken we door naar elkaar

soms trekken we deze lijn door elkaar
dan zijn we zijden draadjes
en raken we in de knoop
wat later plooien we toe van het lachen
omdat we allebei niet kunnen strijken
en dan aaien we de plooien glad.

als er tussen onze zoenen door één van de twee mist
leg ik me daar waar we zouden overhellen
als een kat
het is er dan nog lekker warm
ik vind er jouw geur terug op mijn vacht
en ik wacht

tot wij terug bij elkaar zijn
daar wil ik verder volplooien en rimpelen
als twee vrouwen

17fd2084c26247188705f6f64aa68a5a_300x300_fit.jpg