Dit is waarom

Hoe kan iemand in enkele minuten zoveel indruk op je maken dat je die persoon nooit meer wil vergeten?

Hoe kan je die persoon dan ooit nog terug zien. Blijft een boek niet beter dan de verfilming ervan? Een vervolgverhaal krijgt ook zelden zelf nog een vervolgverhaal. Titanic twee is reeds een gezonken schip. Zeg me ook niet wanneer we elkaar zullen terugzien als we de telefoon inleggen. Laat het maar stil zijn na ‘ik mis je’.
Maar ik heb geen schrik dat zij een illusie is. En dan nog, heb ik geen schrik.
Ik wil wandelen op die bevrozen zee uit haar brief en ik boek mijn ticket naar Estland.

Zuid-Afrika, een jaar voordien. “Speel eens een liedje”, vraagt ze me grijnzend. Ik zet mijn vingers klaar op de kleine blikken piano, een verjaardagscadeau voor een vriendin die ik terug aan het spelen wil krijgen. Ik grijns terug en speelde ‘teteteteeem, teteteteeem’, Beethoven, zijn vijfde symfonie. Haar lach verraadt dat ik de uitdaging win. Ik moest wel, ik wilde haar nog leren kennen voor ze terug naar Estland vertrok. De avond voordien toen ze zelfzeker op me afkwam, we vervolgens de Fransen versloegen met een spelletje biljart en teveel cider dronken, was haar laatste avond in Kaapstad. En ik had de hele klim naar Cape Point, het meest Zuidelijke punt van Zuid-Afrika en meteen ook van de hele wereld, moeten horen van mijn vriendinnen dat niemand zomaar ‘Tot in mijn dromen’ zegt voor het slapengaan. Ze hebben wel een ‘point’. Hoe kan je dat cliché zo onschuldig gebruiken zonder de betekenis die schrijvers en charmeurs er aan gaven? Komaan. Toch ontken ik wat mijn vriendinnen zeiden, wijt mijn blos aan de zon en vertel hen al zeker niet dat ik de hele nacht elke beweging en elk woord dat ze gemaakt had, terug had liggen spoelen.

Het uitzicht is prachtig. Niets dan zee. Hier kan je verdwijnen. Zwemmen, kopje onder gaan en aan het andere eind van de wereld uitkomen. Hier stopt de wereldkaart. Hoe kan iemand in enkele minuten zoveel indruk op je maken? Hier gooi ik het allemaal overboord.
Toch vraag ik haar nummer voor ze de taxi instapt en mogelijk uit mijn leven verdwijnt.

Ik kijk naar alle trams die voorbij rijden om te zien of zij er niet zit. Tallinn is klein, dus ik kom haar nog wel tegen. ’s Avonds in hun woonkamer vraagt ze me om mijn hand uit te strekken. Ze neemt het vast en zegt tegen de liefde van haar leven dat het bijzonder is iemand te ontmoeten wiens handen zo goed in de hare passen. Hij lacht naar mij, knipoogt naar haar en ik voel zo hard dat ik leef.

“Kan het zijn dat die vriendschappen voor jou hechter of intenser zijn dan je vriendschappen hier?” vroeg een doorreisde docente me ooit tijdens een cursus ‘Reisverhalen schrijven’. Pal erop, ze sloeg de nagel op de kop. Ik moet kunnen vertrekken. Niet altijd bereikbaar zijn. Niet weten hoe laat het is en meegaan met de zon. Ik wil loslaten en verlangen. Ik wil mogen terugkomen. Weten dat we elkaar terug zullen zien, maar nog niet wanneer. Ik wil mensen om me heen waar ik brieven naar wil schrijven.

Reisverhalen, ik heb er drie. Met Laura wandelde ik hand in hand over een bevrozen zee. Van Azra kreeg ik sokken en een prachtige vriendschap. Op het dak van parking 58 in Brussel keken Silvia en ik naar de knipperende kamerlichten van de appartementsblokken in de verte. Daar gaat iemand weg. Daar komt iemand thuis. Daar wordt een licht zacht gedimd en smelten silhouetten samen…
Dit zijn zo’n momenten waarrond een hele film zou kunnen draaien. Het is die ene zin die blijft hangen. Één zin die me kraakt, die tot bij mijn hart geraakt. Dit is waarom ik op reis ga. Dit is het antwoord op alle waaromvragen. Liefde, want daar draait het allemaal om.

I see a darkness – Bonnie Prince Billy

577343_10150742565052102_1399163382_n.jpg

Advertenties