Zoekzucht

citizennekaart_volledig_lr-page-0

 

*gedicht in opdracht van mijn favoriete organisatie in Brussel, Citizenne, die graag een nieuwjaarswens wilde schenken aan haar publiek. Illustratie van huistekenaar Stef Rymenants. Dankjewel voor deze mooie kans, vedettes van Citizenne!

Zoekzucht

dit is een wens voor mensen
in het zoeken zit het vinden
flaneren we daarom rond zuid centraal noord
wij zijn een kompas
in onze dagelijkse stad met streken
iedereen is een aanzet hier in dit oord

boven en beneden Brussel
wat een verleiding, ta tentation
mondiale grootstad met vele monden
laat ons spreken van jouw charme
in elk portaal
likken we hoopvol liefde jouw wonden

veelhoek met eigenzinnige kanten
verzameling sleutels van het moeras
city aan de Zenne
vedette
pupil van de irissen
waarmee wij beter kijken naar dit overgangsgebied tussen water en land

laat ons tegen elkaar wrijven met onze kern
in de straten rode draden maken
iedere aanzet is gelukt
in het zoeken zit het vinden
plekken om bij te huilen en om van te houden
om bij te blijven ademen na een zoekzucht

elk nieuw jaar is steeds een aanzet
belooft een betere versie van
witte vijvers om in te vissen
de zon slaat loodrecht op de middaglijn
ieder z’n zone op dit groot eiland
spektakel van markt tot coulissen

♥  jij bent aan zet

in onze schat met steegjes en spelonken
geef ze vonken
geef deze wens voor mensen:

hou liefde vol
hou Brussel vol
hou Brussel liefdevol

Advertenties

Wanneer de tijd klaar is

Wanneer de tijd klaar is.
Dat is het enige dat we weten.

Er zal in tussentijd heel wat gebeuren. Mensen zullen werken, eten, slapen. Metro, boulot, dodo. Maandag werken, eten, slapen. Werken eten slapen (…) Vrijdag werken, eten, slapen. Weekend (zucht). Daartussen, tussen dat ritme, vindt het leven plaatsen en plekken om ons te overkomen. Sommigen zullen zich over dat leven verbazen. Anderen zullen verbazen. Ieder op zijn beurt.

Er zullen mensen op reis vertrekken. Op weg naar of weg van geliefden. Of beide of ergens tussenin. Ik zal een voorbeeld geven:

er viel eens iemand uit de lucht
recht in iemand anders’ armen
en ze zeiden niets

het was een omarming die bleef duren
want hoe weet je
wanneer het tijd is om iemand los te laten

alles duurt altijd langer
ik zie je graag
is maar één zin

en ik zie je graag duurt altijd, altijd langer

Er zullen dus mensen op reis vertrekken. Op een van die reizen zoekt iemand naar haar adem. Ze mag weten dat zij meer dan genoeg is wanneer zij heel gewoon zichzelf is. Ik zal het zo zeggen: als 100% het ideaal is, willen we minstens 80 bereiken, terwijl 60 eigenlijk al voldoende is en wij zelf sowieso volmaakt zijn. Ze mag nu voor zichzelf ademen in plaats van voor twee. Drie. Vier.

Ergens zal iemand naar woorden zoeken of een boek lezen, waarin ze dan die woorden vindt. In een stad worden twee vrouwen mama van hun kindje. Ze worden het steeds meer. Kilometers velden verder werpen bomen wulps hun vruchten in manden en monden. Ergens … hoor je enkel de wind. Lakens waaien. Moeders turen tevreden de tuin in. Moeders sturen de vrede de tuin in … Iemand borstelt haar paard en fluistert langs de wilde manen: “jij bent vrij”. Er worden tafels gedekt. Bloemen geplukt. Vazen gevuld. Er zal door ramen gekeken worden en heel soms door een ziel. Er zullen mensen verdriet hebben, steun of rimpels krijgen.

Anderen kennen geluk, of leren het opnieuw kennen. Ergens maakt iemand een nieuwe start. Ze is nog nooit zo naakt de zee in gewandeld. In het water zwemt ze haar uittredende oevers terug bijeen.

Iedereen zal tijd krijgen en iedereen leert elke dag bij. Niemand kent de weg. Verloren is slechts een synoniem voor ‘op zoek’. Niemand kan exact vertellen of voorspellen wanneer de tijd klaar is. Het is iets dat geleidelijk aan gebeurt en zich toch plots voltrekt. Zoals uw frank die valt. Iemand tegen het lijf lopen. Je loopt namelijk reeds een tijdje voor het letterlijk gebeurt. Het is al een poosje aan de gang voor de opgeschrikte “Oh, pardon” volgt, de “Miljaar, kijk toch uit” of de “Oh, hey …”

“… hey daar”. Iemand ontmoeten. Je weet dat dit kan gebeuren. Het is bijna vanzelfsprekend. Het is zelfs al een poosje aan de gang. Je loopt namelijk reeds een tijdje voor het letterlijk gebeurt. Je loopt rond tussen werken, eten, slapen. En als het dan toch plots gebeurt, “Hey daar” … is het helemaal niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Nochtans is het simpel. De tijd stuwt alles in de richting van eenvoud. Het is zoals een zelfgebakken taart. Of zoals een zelfgebakken brood, dat recept ken ik beter – twee kilo bloem, één liter water, wat boter en gist en een snuifje zout – een brood dat na het rusten klaar is om de honger van twee mensen te stillen. Zo ook stilt liefde de honger van twee mensen. Na het rusten. Na het breken. Helen. Groeien. Na het dieper doorbloeden van ons wijze hart. Wanneer de tijd klaar is.

tumblr_o6t9tzQcUy1uzh288o1_500.png

*Met deze tekst won ik de voorronde van Naft voor Woord 2016 in Mechelen 1/04/2016

♪The best thing – Doveman

Vrouwenmantel

ze is tien
alleen wat niet tot de les hoort, schrijft ze
op en tussen de lijnen gaat alles over liefde
ze is tien en gaat er al aan kapot

ze moet naar de dokter
onderzoeken hoe het komt
want ze kan de liefde niet

op school leer je exacte wetenschap
ze kan jongens nog niet meten en de liefde:
uit haar schriften gescheurd

iemand zei maak je borst nat en smeer je kuiten
de moed was van haar gerijpte borsten tot in haar schoenen gezakt
dus smeert ze haar schoenen in

met gescheurde liefde uit oude schriften
meet ze zich naast haar vrouwenmantel een man
mettertijd blijft een bord over

wegens geen wederhelft meer om voor te zorgen
wie minder eet, heeft niet perse minder honger
en dat het geen probleem zal vormen

want sommige dieren halen de lente niet
met de grote wijsheid van hun instinct
zoeken ze een plek voor de dood

vanaf nu speelt ze de tweede viool
dit moest haar van het hart
op haar tong en de liefde:

onder haar mantel gedroogd

my_second_violin_2a03efda070fceef68ea63dbdc0a45e7

*Dit gedicht veroverde een plekje in ‘Het Gezeefde Gedicht’ van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele.

Altijd een boeket

Iedereen is hier altijd thuis.
Of is iedereen altijd vertrokken?
Alleen de postbode van de Reizigersstraat weet het. Hij kent de gezichten op de foto’s in de woonkamer
en hij weet wie de bloemen water geeft.
Binnen kunnen ze woekeren, maar waaien lukt niet. Ze hebben nooit de buitenlucht in Borgerhout gevoeld.
Groeien er zelfs in de woestijn bloemen?
De man met de djellaba in de Zegelstraat weet het.
In de Appelstraat staat er een kamerplant op straat.
Hij komt uit de winkel Van Alles: waar ze vanalles verkopen. Hij is zo groot als een appelboom.
Ting. Op nummer 17 wonen Eveline en Nele en Nele en Eveline.
Blijven zij dan altijd 17, en is onze leeftijd ons huis?
Ja, in oude huizen wonen oude mensen.
Hier kruipt de natuur vanonder het beton uit.
Eten die planten de huizen dan op?
Ja, maar de nagels die de stenen bijeen houden spuwen ze uit.
Heeft de natuur ook nagels?
Misschien. Als planten handen hadden zouden ze ons dan ook water geven?
Wie weet.
De zaadjes in onze buiken, hebben die ook water nodig?
Daar komen toch ook mooie bloemen uit?
Een liefdebloem.
En wat is dan een doorkliefde bloem?
1 bloem is altijd een boeket van halve bloemen.

14159835_10153703778532102_1393917571_n

(stadsnatuurwandeling tesamen met Ann Dupont tijdens de cursus Schrijven van ’t Werkhuys – Borgerhout)
Blog Ann : http://lezennietlezen.blogspot.be , lezen !

Dürüm

Ik heb iets met mannen. Ik wil mijn leven delen met een vrouw. Maar ik heb iets met mannen. Met Soran dacht ik dat het een toevalstreffer was. Na de banaan bij de snack om de hoek en na de ontmoeting met Süleyman, weet ik het zeker. Ik heb iets met mannen.

Met mannen die een dürümzaak uitbaten, wel te verstaan.
En neen, ain’t no maneater… Ik ga er wel degelijk voor het vlees. Dat klinkt nog steeds dubbelzinnig. Het zit zo. De dürümzaken waar ik naar blijf terugkeren, zijn die waar ik de volgende combinatie terugvind: vlees van goede kwaliteit met een lichte bruin gebakken korst dat aan een braadspies ronddraait langs een warmhoudrek achter de toonbank én een uitbater die zoekt naar het menselijk contact bij de klanten. Hij zoekt het achter hun formaliteit, achter hun hongerige ogen, achter ‘een dürüm met goed veel andalouse alstublieft’.

Zoals Soran. Een 58-jarige man van Koerdische afkomst. Een held, een filantroop, een intellectueel die blinkt – en mij ontroert – als hij over boeken praat. Hij studeerde filosofie in Turkije, journalistiek in Duitsland, Germaanse filologie in Griekenland. Hij las Jane Austen, uren en avonden lang. Of werken van de familie Brontë, “al die mooie romantiek”, noemt hij het. Hij las Virginia Woolf en Hugo Claus door elkaar. “Maar met dat lezen sta je nergens. En ‘s morgens moet je vroeg opstaan om te gaan werken”, wimpelt hij wel vaker zijn kwetsbare kant weg. Voor de meeste mensen is hij echter een buitenlander, een kleine zelfstandige met een andere kleur die kebab verkoopt. Ik krijg het altijd warm vanbinnen wanneer ik opmerk dat iemand het doorheeft. Dat hij een belezen man is, een professor eigenlijk. Wanneer hij iemands mond doet openvallen van verbazing met zijn wijsheid en zijn zachtheid. Dan krijg ik zin om er van achter de comptoir een blokje fetakaas in te werpen, om ‘score’ te roepen en om Soran een high-five te geven. Maar ik heb geleerd om niet altijd te uiten wat ik denk (schrijven mag gelukkig wel).

“Negen jaar heb ik deze winkel gehad en ik zou nooit zoveel van mensen geleerd hebben zonder deze zaak…”, mijmert hij. Ik gooi een blokje fetakaas in mijn eigen open mond. Ik heb tijdens het werken met hem zelf enorm veel geleerd van deze lieve man, inmiddels één van mijn beste vrienden. Soms vraag ik mij af wat hij in mij heeft gezien. Op mijn eerste werkdag vergat ik voor een meisje die filosofie studeerde, de hamburger tussen haar bickyburger met curryketchup te plaatsen. Toch hield hij mij in dienst.

De snack een paar straten verder van mijn appartementje in Vorst komt in de buurt van de voor mij vereiste combinatie. Het vlees draait er dan wel niet rond, maar een van de medewerkers zoekt wel degelijk naar menselijk contact bij de klanten. Zo vond ik laatst naast de hamburger ook zijn telefoonnummer tussen mijn bicky met curryketchup. En je – iedereen, dat staat los van de versiertruc – krijgt er steevast een banaan of een flanneke mee voor niets.

En dan is er de snack op de Wielemans Ceuppenslaan die ik ‘Süleyman’ noem. Naar de uitbater. Wanneer ik de zaak voor de eerste keer binnenstap, zie ik de uitbater in gesprek met drie kleine Turkse meisjes. Hij speelt de grote vriendelijke beer, hijst zich halvelings over de toonbank heen en geeft hen een lolly. Ik glimlach om het tafereel. Hij betrapt mij hierop en bloost, net voor de meisjes de lolly’s gretig uit zijn hand grijpen. Hij draait zich om, schept wat pitavlees op de bakplaat en ik speur evenzeer met een blos op mijn wangen de menukaart verder af, al bestel ik al jaar en dag steeds hetzelfde.

Hij stopt mijn dürüm ‘met goed veel andalouse alstublieft’ in een zakje. Ik houd twee stukken van twee euro op elkaar gedrukt klaar in mijn hand. Wanneer ik betrapt ben geweest, houd ik mij altijd een moment lang voortreffelijk aan de gedragscode. “Wie goed kijkt, denkt goed, leeft goed en leeft op, op elk mogelijk moment”, zegt hij plots. “Jij hebt rode kaken, een menselijk hart. Dat kan je niet kopen. Het zit in jouw ‘spirit’, het is jouw instinct. Een andere vrouw kan een man klop geven op straat en niet rood worden. Jij zou rood worden, je verlegen voelen. Zoals toen je zag dat ik die meisjes een lolly gaf”. “Score”, denk ik. High-five. Fetakaas. Ik reken giechelend af en verlaat perplex de zaak. “En wat is me dat giechelen nou ook weer”, lach ik met mezelf.

De tweede keer dat ik de zaak binnenwandel, vraag ik hem hoe hij daar zo zeker van kon zijn dat ik niemand een klop zou geven op straat met mijn sacoche. “Ook hallo”, lacht hij en begint mijn dürüm klaar te maken. Hij vertelt me dat er soorten mensen zijn. “Een bij wordt als bij geboren en weet instinctief dat ze honing uit bloemen zal halen, dat ze een nest zal bouwen en dat ze een koningin, een werkster of een dar is. Een olifant weet dat hij met zijn slurf eten zal moeten zoeken. Een mens weet niet wat of wie of bij wie hij moet zijn. Er zijn mensen die kiezen om bij iemand te zijn omdat ze die persoon mooi vinden qua uiterlijk. Maar wat volgt er na de seks? Dan hebben ze elkaar niets te zeggen… Er zijn mensen die bij iemand blijven omdat die een dikke portefeuille heeft. Maar die mensen, die zijn niet vrij… En er zijn mensen die bij iemand willen zijn omdat ze uren en uren kunnen praten. Omdat ze elkaar inspireren. Omdat ze elkaar aan het lachen brengen. Omdat ze elkaars gedachten willen kussen”.

Ik denk aan de vrouw die ik ‘lief’ mocht noemen. Ik vond haar mooi, ja. Maar wij hadden elkaar wél altijd iets te zeggen. Een dikke portefeuille had geen van ons beiden. Wij waren vrij. Maar wij waren soms te vrij om tot bij elkaars gedachten te geraken, om ze te kussen.
Ik zeg hem dat ik zijn exposé apprecieer. En dat ik de volgende keer opnieuw met een vraag zal komen die hij dan mag bespreken. Hij glundert. “Het zou vreemd zijn als jij hier zou binnenkomen zonder vraag, zonder enige vraag. Want jij bent iemand die geïnspireerd raakt”. Ik sta paf.

De volgende keer kom ik in mezelf gekeerd, hongerig en zeiknat de zaak binnen. Thuis ben ik aan een boek gekluisterd en eigenlijk wil ik het liefst van al met niemand praten en alleen op de wereld verder lezen. ’Lees dit boek en je zal de liefde begrijpen’, staat er op de achterkant van de boekomslag. Het trekt de plakband van mijn lippen, scheurt mijn mond terug open, sleurt de pijn uit mijn keel en zet mij er toe aan een brief van 14 pagina’s te schrijven naar die vrouw, naar ‘lief’, die ik al maanden niet meer spreek. Ik wil met mijn gedachten tot bij haar geraken.

Toegeplooid op de vervulling van mijn basisbehoefte naar warmte, eten en wat liefde, geef ik Süleyman kort aan dat ik dit keer geen vraag heb. Hij houdt zijn hoofd een beetje schuin en kijkt me een ogenblik doordringend aan. Hij ontmaskert mij. “Je loopt wel rond met een vraag, maar je wil ze mij niet vertellen”. Hij pakt mijn fijne hand in zijn reuzenhand en legt de rug van mijn hand naar boven gekeerd. Hij plaatst er zijn gsm op. Die wankelt en valt bijna. Hij kijkt of ik het goed gezien heb en keert dan mijn hand om, met de handpalm open en klaar om te ontvangen. “Kijk, in zo’n periode zit jij nu, net, na het wankelen en het vallen. Je hart en je hoofd staan terug in verbinding. En met mensen anders dan deze in verbinding, moet jij niet te veel omgaan. Ze gaan jou niets bijbrengen. Laat alles op je afkomen en als er een kans komt, maak dan plaats in je leven. Als iemand jou liefde geeft in een golf, dan ben jij iemand die jouw liefde teruggeeft in een golf. En dan heeft die ander meer liefde dan ervoor. In het begin kwam jij hier louter om te eten. En nu geef je me al een hand als begroeting en een klopje op mijn schouder als ik je doe lachen. Ik heb jou vriendelijkheid gegeven. En jij hebt mij die meteen teruggegeven”. Stil geef ik hem een klopje op zijn schouder, schud zijn hand en verlaat weerom perplex de dürümzaak. (mensen vertellen mij soms zaken, waarover ik gewoonweg moét schrijven).

Onderschat dus niemand die dürüm verkoopt. Houd je handpalmen open. En kijk altijd eerst eens tussen je bickyburger, vooraleer je misschien wel een telefoonnummer mee verslindt.

d3758079fd94eb2745485923e8ea9969

Hart.Steen.Papier.

Ik moet leren van mijn hart een steen te maken. Dus haal ik het uit mijn borstkas. Pak het in met bakpapier. Kleur het papier grijs met een zachte stiftpunt. Ik strek mijn arm uit, zo hoog als ik kan. En ik werp de steen loeihard op de grond. Ik hoor een zachte plof. Nog niet hard genoeg. Er ontstaat een rode plas rond het grijze pakje.

Ik leg mijn druipende hart in een rivier om het bloed weg te spoelen. Ik raap het terug op om een steen verlegd te hebben. En dan moet het wel een steen worden, want ik heb in die rivier een steen verlegd en geen hart.

Ik kan het op de valreep nog aan Music for Life geven om mijn steentje bij te dragen. Neen, want dan heb ik er wel een steen van gemaakt, maar dan is het ook weg. En ik weet niet naar welk goed doel. En dat is allemaal niet de bedoeling.

Dan maar naar de zee vandaag, naar de storm gaan kijken. Thuis zijn voor het avondeten is de enige gevierde vereiste. Ze lijkt een ver verleden, één waarin ik nog thuis bij mijn vader woonde en veel te moeizaam aan de vereisten voldeed. Maar op kerstavond flakkert ze naast het haardvuur terug op en weet je wat, ik zal zelfs te vroeg zijn straks. De regen vult de zee en maakt haar nog onmetelijker. Ik gooi mijn hart in die oneindigheid. Het zinkt als een baksteen. Missie volbracht. Maar dan begint mijn hart in mijn keel te kloppen en ontstaan er grote golven op het ritme van het gebonk in mijn hoofd en dan duik ik er achteraan met mijn kleren aan. Als een doorweekte hond strompel ik terug uit het water. Dat wordt een nieuwe kerstoutfit uitzoeken voor vanavond… En kan er iets of iemand mijn hart efkes vol laten lopen met iets anders dan water en met iets warms?

Zal ik het eens in de fik proberen steken anders? ‘Van liefde rookt de schoorsteen niet’, een aanlokkelijk winters tafereel om na te bootsen op deze koude 24ste december. Het begint te roken en schiet vrijwel meteen vurig in vlam. Er zit dus liefde in mijn zwartgeblakerde schoorstenen hart. En ooit kon ik wel alleen daarvan leven.

Nu leef ik tussen bergen en dalen en ik zeul een zwaar rotsblok mee. Het heeft een scherpe punt en een top die iets weg heeft van een boezem – het lijkt op mijn hart van weleer. Ik wil die bergen en ik neem er de dalen bij. En ik kan alleen de longen uit mijn lijf lopen of aan een schuilhut tot rust komen als mijn hart geen loodzware, vormeloze, onwrikbare steen meer is. Maar zacht, met een boezemvormige top. Aha, we zijn er. Ik ga mezelf tegenspreken en dat is altijd goed, want dan kan ik daarna gaan zwijgen: ik moet van mijn hart helemaal geen steen maken. Ik ben tevreden met het hart van een weekdier in mijn borstkas. En ja, een zacht hart valt al eens loeihard neer. Wie het ook was die de eerste steen geworpen heeft. En breekbaarheid is schoon.

Breekbaarheid, ik struikel over het woord. Alsof mensen echt kunnen breken. Een stem, dat kan breken. Een hart. Een kerstbal vanavond. Maar een hele mens?

Dat ga ik nu eens écht niet testen: mezelf inpakken in bakpapier, in de rivier gaan liggen, naah. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.

11791e38e038fddf8a151c19f411dc0e

♪Feel Real – Deptford Goth

Dit is waarom

Hoe kan iemand in enkele minuten zoveel indruk op je maken dat je die persoon nooit meer wil vergeten?

Hoe kan je die persoon dan ooit nog terug zien. Blijft een boek niet beter dan de verfilming ervan? Een vervolgverhaal krijgt ook zelden zelf nog een vervolgverhaal. Titanic twee is reeds een gezonken schip. Zeg me ook niet wanneer we elkaar zullen terugzien als we de telefoon inleggen. Laat het maar stil zijn na ‘ik mis je’.
Maar ik heb geen schrik dat zij een illusie is. En dan nog, heb ik geen schrik.
Ik wil wandelen op die bevrozen zee uit haar brief en ik boek mijn ticket naar Estland.

Zuid-Afrika, een jaar voordien. “Speel eens een liedje”, vraagt ze me grijnzend. Ik zet mijn vingers klaar op de kleine blikken piano, een verjaardagscadeau voor een vriendin die ik terug aan het spelen wil krijgen. Ik grijns terug en speelde ‘teteteteeem, teteteteeem’, Beethoven, zijn vijfde symfonie. Haar lach verraadt dat ik de uitdaging win. Ik moest wel, ik wilde haar nog leren kennen voor ze terug naar Estland vertrok. De avond voordien toen ze zelfzeker op me afkwam, we vervolgens de Fransen versloegen met een spelletje biljart en teveel cider dronken, was haar laatste avond in Kaapstad. En ik had de hele klim naar Cape Point, het meest Zuidelijke punt van Zuid-Afrika en meteen ook van de hele wereld, moeten horen van mijn vriendinnen dat niemand zomaar ‘Tot in mijn dromen’ zegt voor het slapengaan. Ze hebben wel een ‘point’. Hoe kan je dat cliché zo onschuldig gebruiken zonder de betekenis die schrijvers en charmeurs er aan gaven? Komaan. Toch ontken ik wat mijn vriendinnen zeiden, wijt mijn blos aan de zon en vertel hen al zeker niet dat ik de hele nacht elke beweging en elk woord dat ze gemaakt had, terug had liggen spoelen.

Het uitzicht is prachtig. Niets dan zee. Hier kan je verdwijnen. Zwemmen, kopje onder gaan en aan het andere eind van de wereld uitkomen. Hier stopt de wereldkaart. Hoe kan iemand in enkele minuten zoveel indruk op je maken? Hier gooi ik het allemaal overboord.
Toch vraag ik haar nummer voor ze de taxi instapt en mogelijk uit mijn leven verdwijnt.

Ik kijk naar alle trams die voorbij rijden om te zien of zij er niet zit. Tallinn is klein, dus ik kom haar nog wel tegen. ’s Avonds in hun woonkamer vraagt ze me om mijn hand uit te strekken. Ze neemt het vast en zegt tegen de liefde van haar leven dat het bijzonder is iemand te ontmoeten wiens handen zo goed in de hare passen. Hij lacht naar mij, knipoogt naar haar en ik voel zo hard dat ik leef.

“Kan het zijn dat die vriendschappen voor jou hechter of intenser zijn dan je vriendschappen hier?” vroeg een doorreisde docente me ooit tijdens een cursus ‘Reisverhalen schrijven’. Pal erop, ze sloeg de nagel op de kop. Ik moet kunnen vertrekken. Niet altijd bereikbaar zijn. Niet weten hoe laat het is en meegaan met de zon. Ik wil loslaten en verlangen. Ik wil mogen terugkomen. Weten dat we elkaar terug zullen zien, maar nog niet wanneer. Ik wil mensen om me heen waar ik brieven naar wil schrijven.

Reisverhalen, ik heb er drie. Met Laura wandelde ik hand in hand over een bevrozen zee. Van Azra kreeg ik sokken en een prachtige vriendschap. Op het dak van parking 58 in Brussel keken Silvia en ik naar de knipperende kamerlichten van de appartementsblokken in de verte. Daar gaat iemand weg. Daar komt iemand thuis. Daar wordt een licht zacht gedimd en smelten silhouetten samen…
Dit zijn zo’n momenten waarrond een hele film zou kunnen draaien. Het is die ene zin die blijft hangen. Één zin die me kraakt, die tot bij mijn hart geraakt. Dit is waarom ik op reis ga. Dit is het antwoord op alle waaromvragen. Liefde, want daar draait het allemaal om.

I see a darkness – Bonnie Prince Billy

577343_10150742565052102_1399163382_n.jpg