Als we ermee kunnen leven

I.
het sap van de bomen
wat stuwt het sap van de bomen omhoog gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf

het water
wat duwt het water neerwaarts wanneer breekt het
breekt het een val

ik loop tot waar ik uitmond
op tocht gedurig vaste lijnen zoek om mijn lichaam
te herbergen

als we er niet langs kunnen
moeten we erdoor als we ermee kunnen leven
laat het dan vrij

het is een zekerheid
een rotsflank boven water gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf

elke zekerheid was eerst een keuze
en een keuze herbergt voor even
breekt een val

als we ermee kunnen leven laat het dan vrij

II.
ik laat je vrij omdat je vrij bent
ja

(dit is zo’n moment om ja te zeggen)

*Deze tekst Live in Simbolik, Brugge – een erg gezellige en warme halte op onze Poëziebustour 2016.

♪Ocean – John Butler Trio

♪Ane Brun – Still Waters
&
The sound that trees make534708_255639864558462_1760002636_n

copyright foto: Wildhart

Advertenties

Hoe schrijf je: niets

dat ze de kamer binnenkomt
en dat ze zich aan de keukentafel zet
hoe ze dat in een boek doen, zo
eenvoudig kan ik het niet

kan jij het, leven?
met die stilte
met enkel het gebeuren van dingen
hoe schrijf je: alles

hoe schrijf je: niets
ik wil vergeten
dat ik kan spreken
een moment veelzeggend beleven

er liggen woorden op de grond
woorden die vallen
tussen ons
nu wij elkaar krijgen

krijgen wij elkaars woorden
klein
tot we stil zijn
tot enkel het gebeuren van dingen

*Dit gedicht veroverde een plekje in ‘Het Gezeefde Gedicht’ van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele:

♪In a manner of speaking – Nouvelle Vague

woorden die vallen:

14182466_10153703778252102_166313775_n

Overal en nergens

“Word wakker, Jill. Je droomt, je loopt te traag met je alledaagse vragen. Je kijkt teveel rond en struikelt over domme details. Je staat op en loopt verloren tussen alles wat je ziet. Zo ga je overal, maar nergens naartoe. Ik weet dat toch ook niet, of koffie nu gezond is? En vanaf wanneer een slinger auto’s een file wordt? Word wakker, meisje. Leer je les. Love can’t buy you money”.

Zulke zinnen straffen het kind in mij af. Ja, ik ben een kind. Ik ben koppig en ik heb grote, hongerige ogen. Die droogstoppels die denken dat ze wakker zijn, hebben een kleffe tong. Ze weten het niet, maar ze krijgen tergend veel dorst. Zonder verwondering droog je levend uit.

En ik weet dat mijn alledaagse vragen een kwestie van leven of dood betekenen. Antwoord me, beantwoord me en leg me met verzinsels het zwijgen op.

“Wat maakt het eigenlijk uit, wie het hele land is afgereden om alle straatnamen op de kaart te zetten? Of wie het straatlicht uitknipt wanneer de zon opkomt? Wat maakt het uit wat vandaag weer de reden is dat de trein vertraging heeft, en dus ook die op het spoor er langs, die daarna en die daarnaast? Wat doet het er toe, hoeveel mensen er op dit moment liefde bedrijven? Wat doen ze ertoe, jouw vragen en wat levert dat op, dat rondkijken van jou…”.

Wat dat oplevert, rondkijken?

Dat levert het leven op. Leven, de poëzie ervan en af en toe, een geschreven stukje misschien?

 

9746_10151864005722859_731659492_n