Gedragen

Dag Alfred
ergens in de stad
is er iemand die op jou heeft gewacht

zij slijpt hout
tot de beste versie van zichzelf
scherpzinnig grafiet prikt papier
open zal zij ook jou schaven liefdevol
rondom je goede hart

zij slijpt jouw naam
zodat hij al gaat leven nog voor jij lacht en huilt
zodat hij jou kan dragen

terwijl zij wacht is zij het die koffie drinkt
met de donkere vlekken schetsen maakt
haar huis vouwt
nu weet dat ze terug kan gaan
zodat zij jou kan dragen

nu kattenzacht
en sluipend schetst onder haar gedichten:
Mama Annelies

**
Geschreven voor Annelies De Ville  ∞ Alfred ∞ Benedicte Serroen.
In verbinding met Annelies*’ geboortekaartjegedicht:
* www.anneliesdeville.blogspot.com

20151117_200623

*Gelegenheidspoëzie! Dit gedicht werd geschreven voor Annelies en Benedicte die onlangs voor het eerst mama werden. Dichter Ward Mertens en ik brachten ons cadeautje samen op een gezellige regenachtige avond voor. Hij schreef ‘De Ooievaar (met een bloemkool in zijn keel)’ www.wardmertensschrijft.blogspot.be

20151117_200651

*scherpzinnig grafiet, geslepen door Annelies De Ville

Advertenties

Blauwe hanger

mijn blauwe hanger is mijn honger
ik heb honger dag en nacht doorlopend
als een koffiezet
bij elke ademhaling
pompen er prikkels zware cafeïne
door mijn zenuwen

mijn hart heeft water nodig
en een weg om thuis te komen
gelukkig is mijn lichaam eindig
aan mijn vingertoppen
zo blijft steeds een deel van mij
binnenshuis

mijn blauwe hanger is mijn buik
het is een waterput
dag en nacht doorlopend
als een spiegelbeeld
waarin ik broze bronzen vragen gooi
aan de waterput krijg ik spieren

van mezelf te zijn.

(schrijfopdracht cursus ’t Werkhuys: ‘breng iets mee dat belangrijk is voor jou en schrijf’)

(tagua) noot gekraakt – nieuwke gehaaldblauwe hanger

♪Daydreaming – Dark dark dark

Koffie om mee te nemen

ik bestelde een koffie om mee te nemen

ze gaf me
een onderbord
met suiker
een wolk melk
een mals stuk speculaas
en een tot aan de rand gevulde porseleinen kop er bovenop

want zo kon ik mijn koffie toch ook meenemen
zei ze

14206186_1644484329200153_8802175344925049503_o

 

14457248_1659104877738098_853736306785796747_n

**Dit gedicht versierde een plekje op de Poëzieroute in Halen. Het kreeg één van de tien nominaties uit 300 inzendingen voor de wedstrijd ‘Klein Geluk’ Grote Poëzie- en fotowedstrijd Cultuurstad Halen.

 

hihi een koffiemachine op 2.40min 

 

Latté

Een ijzige wind waait door mijn ribben heen. Het is de eerste echte herfstdag en het zou evengoed zo meteen kunnen gaan sneeuwen. Ik overdrijf al eens en ik loop in mijn t-shirt naar het Dudenpark in Vorst. De enkelingen die ik op straat passeer, kijken me verbeten aan vanonder hun watervalcapucon. Het haar op mijn armen staat nu helemaal loodrechtop. Dit is de eerste keer sinds lange tijd dat ik het Park van Vorst compleet leeg aantref. Niemand hoort dus dat ik vloek op de gure regen. Eens goed vloeken kan deugd doen en ik voel mijn lijf simultaan opwarmen. Na de kuitenbijter aan de ingang van het park, damp ik als een versgezette kop koffie.

Magnifiek hoe warm een lichaam kan worden. Ik mijmer weg bij de menselijke gedachte dat we deze lichaamswarmte kunnen delen en verdubbelen met iemand, door zacht en warm tegen elkaar te liggen. Na een herfstwandeling bijvoorbeeld.
Van dit mooi mijmeren ben ik rats trager gaan lopen…

En vertrappel ik bijna een Schnauzer. Moeder en dochter gillen en dragen dezelfde regenfrak. Meneer grolt naar mij. Ik kijk naar beneden om de hond te detecteren. Deze heeft zijn normale vorm behouden en ik merk op dat het hele gezin laarzen draagt. Laarzen… ik krijg ik spontaan een onweerstaanbare hang naar hun laarzen. Het woord op zich, hun camouflagekleur, hun ronde top, hun zachte effen oppervlak en de mogelijkheden die ze inhouden. Door zee dolen, in plassen springen, door de modder lopen of door veld en vlaai, beektochten houden, het wijde bos in trekken. Het kan allemaal, maar met laarzen aan nog meer. Ik wil die mensen hun laarzen, ik wil hun hond, ik wil soep maken,
ik wil thuiskomen – bij iemand –, vertellen over de avonturen met mijn laarzen aan en ik wil mijn tintelende vingers rond een dampende tas koffie leggen.

Het is een nieuw gevoel voor mij, na mijn grote prioritaire behoefte aan een eigen plek, echt bij iemand te willen zijn. Ik ben een trage stier, mijn gevoel neemt tijd om te groeien en soms kom ik te laat. Er waren voortekens voor mijn gevoel, subtiel en aan het groeien: ik neem al maanden overal koffiemelkskes mee. Uit de Panos, uit de Coffee world, in alle cafés waar ik beland en waar mensen koffie bestellen, gritste ik reeds mening melkske van de tafel. Gratis, maar vooral voor niets.

Want zij dronk haar koffie altijd latté, maar maakt nu alleen haar eigen herfstwandelingen.
Ik ook. En ik drink mijn koffie altijd zwart.

En ik bedoel niet dat ge uw koffie op dezelfde manier moet drinken als uw lief.
Ik bedoel al de rest.
Het is al genoeg, al zoveel, als ge op zondag samen een herfstwandeling
kunt gaan maken, daarna uw laarzen uittrekt en wat lichaamswarmte deelt.

Flatlands – Chelsea Wolfe

Ge kunt dat, en toch

Hoe telefoneert ge met uw lief
Als ge haar eigenlijk wilt kussen.

Hoe vertelt ge dat ge het sexy vindt wanneer ze nadenkt
over wat ze wil gaan zeggen.
En evenzeer wanneer ze uiteindelijk wijselijk besluit te zwijgen.
Hoe vertelt ge haar dat ge haar erg interessant vindt.
“Moest ik u nog niet kennen en u tegenkomen op café met uw Trippel
en met uw cafépraat…
Ik zou mijn ogen niet van u kunnen afhouden. Omdat ik u interessant vind, ja.
En razend knap”.
Zo?

Hoe laat ge haar voorzichtig weten dat ge haar mist,
maar dat alles ook wel goed met u gaat?
Dat de wereld dus niet vergaat. Dat ge een hele dag nog niet hebt gepraat. Maar dat er altijd dingen zijn waarvan uw hart overslaat.

Hoe vertelt ge dat ge zonder haar zou kunnen leven. Perfect.
Maar enkel met haar levensecht.

Moogt ge dat vertellen, dat ge haar nodig hebt?
Want ge zou haar niet roepen als ge op’t toilet zit en de bel net zou gaan… ge zou efkes vloeken, wat harder drukken, u spoeien en zelf gaan opendoen, natuurlijk.
Ge zijt een plantrekker.
Maar toch hebt ge haar nodig.
Ge kunt u zelf wel wassen in den douche – en stiekem wilt ge al het lekker warme water helemaal voor uzelf – maar toch glimlacht ge als zij met haar schoon handen over uw lijf wrijft.
Ge kunt zelf koffie zetten. U voor het kleinste en voor het grootste sterk maken.
Ge kunt dat echt.
En toch aan haar uw hart willen luchten.

Ge kunt kerstavond perfect apart vieren,
met de mensen die ge al jaren rond u wilt hebben
en met de nieuwe mensen in hun leven, erbij.
Met kaarsen schoon op de tafel geschikt.
Met alles exact op zijn plaats.
En toch nog een seconde twijfelen om de allerlaatste trein te nemen, naar haar.

Vertelt ge zo’n dingen dan aan iemand? Als ge een plantrekker zijt?

311891_10151035563872102_1875320143_n.jpg