Verwarde vogels

de enige rook die de boer vertrouwt
is de dauw die verdampt
en de nevel vroeg op zijn veld

een sigaret brandt in zijn eigen vel
zijn hand telt een zesde vinger
de enige waarmee hij zichzelf verwijt

dat de lucht verbleekt
hij strooit zijn hoop op de aarde verder
bewerkt ze en oogst slechts verwarde vogels

die de stank van beton ontvluchten
de kern staat hier niet meer centraal
kijken we niet verder dan een kilometer

spreken we van mist
de enige rook die de boer vertrouwt
op zijn verdwijnende veld is de nevel
foto verwarde vogels
foto: Eddy Verloes.
Eddy Verloes maakt zo’n schone foto’s van landschappen, natuur en mensen, dat ik mij niet kon inhouden…

You get the picture: bij 2 foto’s van hem heb ik iets geschreven.
De stukjes kregen een plek in het foto-gedichtenboek ‘No time to Verloes’.
Ook Maud Vanhauwaert, Lulu Wang, Ann Dewulf, Gui Nijs, Jan Vanhaelen en Dirk De Roo schreven iets moois.

Welkom op de Vernissage 1 mei in de Galerij Expo te Knokke.
+ verder op de expositie 1mei – einde zomer om de pure foto’s en teksten te zien. En geniet tegelijkertijd van een dagje zee? :-)

In de krant

Curieus? Preview hier.

Advertenties

l’Espérance

omdat er café’s zijn

met namen
als Eendracht, l’Espérance en De Muze

heb ik hoop

wanneer woorden
de titel van een plaats of een boek bekleden
weten we dat ze belangrijk zijn

omdat er café’s zijn
als Chez Maman, Dreams en De Post

waar we thuiskomen
met mondjesmaat
ontboezemen

heb ik hoop

hoe later hoe meer
uit volle borst

Elke stap

“Kijk eens uit voor de mensen miljaar!” brult een vrouw.
De wind in het woud stopt met ruisen. Ik vraag me af waar vogels gaan schuilen wanneer het plots begint te onweren. Van op een kleine afstand zie ik hoe ze met haar ogen een bliksemschicht schiet. Haar kwade stappen doen de bosgrond daveren en de wolken trekken samen. De blik van de man enkele meters verder spreekt boekdelen. Zijn ogen staan wijd open gesperd. Adrenaline duwt tegen de wand van alle cellen die zijn lichaam telt. Zodra barst hij.

“Kom hier! Je slentert te ver voor me uit en je loopt in de weg”.
Waar hij enkele seconden eerder nog naar het kruin van de bomen stond te kijken, staat hij nu met voorover gebogen schouders en met zijn hoofd naar de grond gericht stil. Het lijkt alsof hij zich wil toeplooien. Hij staat zo geruisloos mogelijk. Zelfs de bomen zijn stil gaan staan. Hun sap stopt met stromen. De blaadjes van de bomen zuigen nu niets meer. Het water uit de bodem zal de komende uren niet in de bladeren verdampen. De boom zal niet verder groeien tot de hoogste lengte die bomen kunnen bereiken, 130 meter hoog. Fotosynthese, nul. Haar gebrul heeft de twijgjes van het bladerdak gebroken en de lijvige takken wenken nu slechts wanhopig de zon in plaats van er zelf naar toe te groeien.

“Altijd hetzelfde. Ik moet mij altijd kwaad maken. Ik zou u beter aan een ketting leggen”. Het woord ketting haalt mij helemaal uit mijn looptrance. Wanneer ik ga lopen, mag ik afwijken. Dan loop ik door het bos in plaats van op de paden. In alle vrijheid lukt het me altijd het best.

Nog 10 meter. “Dit is de laatste keer. Ik kom niet meer buiten met u. En ge komt bij mij ook niet meer binnen. Zoek uw eigen plaats maar om te pissen!”. Verwijten en commando’s echoën over de boomtoppen heen. Elke stap is er één verder van de gevarenzone af. Ik zie hoe de man enkele meters verder zijn schouders recht en haar na deze stollende seconden durft aan te kijken. Zouden ze samen sterker zijn dan alleen? Hij schudt zijn hoofd en hapt naar adem. Het lijkt alsof hij iets wil gaan zeggen.

“Sshhht! En kom hier zeg ik u”. De man zet enkele passen in de richting van haar temperament. “Waarom?”, stamelt hij. “Zit!”, roept zij. Dit gaat wel erg ver, denk ik. Tot ik hen eindelijk voorbij loop. Een beetje afstand geeft wel vaker perspectief op de zaak. Ik zie hoe de vrouw verschiet van de mannenstem. Hoe ze elkaar niet kennen. Hoe de man perplex staat. Ik zie hoe een border collie van tussen de struiken opduikt. Hoe iedereen plots alles begrijpt en hoe het bos terug herademt.