Alledaagse wijn

Mijn vader drinkt elke dag wijn. Twee flessen wijn.
Één fles die hij ’s ochtends voor hij naar zijn werk vertrekt, al koud zet.
Eerst nog een dag juwelen verkopen.
En dan ’s avonds hierover verhalen ontkurken en uitgieten, uitstorten en uitspuwen als zure wijn. Steeds met een lichte afdronk van ontzetting over het feit dat hij als gepassioneerde zelfstandige fotograaf door de economische crisis contradictorisch genoeg gedwongen diamanten, sieraden en verraderlijk dure glinsteringen verkoopt. Eender wat.

Een tweede fles die hij ’s avonds uit het wijnrek haalt.
Welkom thuis, wens ik hem als ik de kurk hoor trekken.
Ik vloek wel eens op zijn gewoontes, maar ik ben blij dat hij niet alles is kwijtgeraakt. Dat hij al jaren onverandert en doorheen crisissen sterk zichzelf blijft. En ik weet vanuit mijn kamer dat hij eerst slechts de helft van zijn glas zal vullen. Met de wijn op kamertemperatuur. En dat hij deze nadien voor de andere helft zal aanlengen met de frisse wijn.

En dat hij dan een slok neemt. Het fornuis en de radio aanzet. Meefluit. En thuiskomt.

moulinventduboeuf_1

Advertenties