Elke stap

“Kijk eens uit voor de mensen miljaar!” brult een vrouw.
De wind in het woud stopt met ruisen. Ik vraag me af waar vogels gaan schuilen wanneer het plots begint te onweren. Van op een kleine afstand zie ik hoe ze met haar ogen een bliksemschicht schiet. Haar kwade stappen doen de bosgrond daveren en de wolken trekken samen. De blik van de man enkele meters verder spreekt boekdelen. Zijn ogen staan wijd open gesperd. Adrenaline duwt tegen de wand van alle cellen die zijn lichaam telt. Zodra barst hij.

“Kom hier! Je slentert te ver voor me uit en je loopt in de weg”.
Waar hij enkele seconden eerder nog naar het kruin van de bomen stond te kijken, staat hij nu met voorover gebogen schouders en met zijn hoofd naar de grond gericht stil. Het lijkt alsof hij zich wil toeplooien. Hij staat zo geruisloos mogelijk. Zelfs de bomen zijn stil gaan staan. Hun sap stopt met stromen. De blaadjes van de bomen zuigen nu niets meer. Het water uit de bodem zal de komende uren niet in de bladeren verdampen. De boom zal niet verder groeien tot de hoogste lengte die bomen kunnen bereiken, 130 meter hoog. Fotosynthese, nul. Haar gebrul heeft de twijgjes van het bladerdak gebroken en de lijvige takken wenken nu slechts wanhopig de zon in plaats van er zelf naar toe te groeien.

“Altijd hetzelfde. Ik moet mij altijd kwaad maken. Ik zou u beter aan een ketting leggen”. Het woord ketting haalt mij helemaal uit mijn looptrance. Wanneer ik ga lopen, mag ik afwijken. Dan loop ik door het bos in plaats van op de paden. In alle vrijheid lukt het me altijd het best.

Nog 10 meter. “Dit is de laatste keer. Ik kom niet meer buiten met u. En ge komt bij mij ook niet meer binnen. Zoek uw eigen plaats maar om te pissen!”. Verwijten en commando’s echoën over de boomtoppen heen. Elke stap is er één verder van de gevarenzone af. Ik zie hoe de man enkele meters verder zijn schouders recht en haar na deze stollende seconden durft aan te kijken. Zouden ze samen sterker zijn dan alleen? Hij schudt zijn hoofd en hapt naar adem. Het lijkt alsof hij iets wil gaan zeggen.

“Sshhht! En kom hier zeg ik u”. De man zet enkele passen in de richting van haar temperament. “Waarom?”, stamelt hij. “Zit!”, roept zij. Dit gaat wel erg ver, denk ik. Tot ik hen eindelijk voorbij loop. Een beetje afstand geeft wel vaker perspectief op de zaak. Ik zie hoe de vrouw verschiet van de mannenstem. Hoe ze elkaar niet kennen. Hoe de man perplex staat. Ik zie hoe een border collie van tussen de struiken opduikt. Hoe iedereen plots alles begrijpt en hoe het bos terug herademt.

 

Advertenties

Wildstil

Op de banken in het bos komt de woedende woekerende stad in ieder
tot rust.
Ze neemt tijd en adem, ze zwijgt en ze praat met elkaar,
ze telt haar wortels en haar takken.
Mensen op de banken in het bos ademen,
tellen hun wortels, zwijgen, praten, staren.
En als ik een passant ben wanneer de mensen op de banken staren,
dan loop ik niet in een boog om hen heen, neen, maar rechtdoor als een pijl door de wind.
En toen ik hen op een keer met veel wind passeerde in het park van Vorst, verrasten ze me eens.
Ze zetten ‘Always look on the bright side of life‘ in. En ik keek die kant op.

In het bos komt onze neiging tot gehoorzaamheid tot rust.
Doe eens je zin. Dat denkt ook de hond die niet doet wat baas wil.
Hond denkt: wat betekenen die gebaren, die geluiden
en ik wil niet lopen naar wiekende armen, wel
blijven liggen in het gras.
En hij blijft liggen. Dat kan tellen als protest. Dat denk ik ook vaak ’s ochtends.

Op de banken in de stad woedt en woekert alles en rust
niets.
Ik wandel in bogen om niet te botsen tegen geen enkel gezicht dat ik ken.
Ik ken niemand.
Ik weet wel dat Chinezen die met hun handen in de lucht lopen, een gek zicht zijn en ook gids.
Ik weet ook dat de vrouw van de taverne in Brussel-Centraal niet meer antwoordt
wanneer mensen haar de weg vragen.
Ze spreekt alleen nog als je een koffie of een pint bestelt.
En ik weet eveneens dat de twee uitbaatsters van de koffiezaak in Brussel-Noord elkaar graag zien…
En ik weet dat ergens in een leuk appartement
bij de transparante lift aan het Justitiepaleis, een jongeman soms aan het raam staat te koken.
En dan een proevertje aanbiedt aan zijn vriendin. Waarop zij haar neus optrekt en een smoel trekt.

In de stad maken ze reglementen.
Daar en hier en in het park mag je om te beginnen geen bloemen plukken.
En hier en daar en in het park komen plekken met hekken
waar je niet over mag klimmen,
om bij de bomen of om bij elkaar te zijn.
Ze maken plekken waar je niet zomaar mag overnachten,
maar wat als je daar nu het allerliefst zou wonen?

In de stad scheuren we onze kleren aan hekken, aan regels en aan mekaar.
In het bos wijken we van paden af, likken we onze scheuren, onze wonden,
als een dier en wildstil.

pluk-bloemen-geen-teken-54210475

Wildstille video