Het daglicht niet

jij ook?
voel je dat?

wat heeft zich in mij genesteld?
wie heeft die knoop in jouw maag gelegd?

wat is er precies gebeurd?
welke herinnering blijft aan me kleven?

wat wil ik zo graag vergeten?
wat kom jij steeds weer tegen?

wat mag het daglicht niet zien?
wat kan niet groeien in dat licht?

laat je je raken?
ook door je eigen verdriet?

hoe verzacht ik pijn?
hoe verzacht ik ook maar iets?

ben je wie je zou willen zijn?
hou je van jezelf?

genoeg?

**

and-if-i-asked-you-to-name-all-the-things-that-you-love-how-long-would-it-take-for-you-to-name-yourself
stukje geschreven bij hoofdstuk 3 ‘Genezen van trauma’, deeltje 3.1 ‘Jij ook?’ voor het boek ‘Sterker worden waar het pijn doet‘.

Advertenties

Warmbloedig

vlees
vacht pels botten
iets bonkt bonkt lonkt

het reptiel wordt rustig
een kleverige blik glijdt over mijn lichaam
het zijn mijn vochtige ogen het is mijn lijf

mijn geest zweet nevel uit
het bange dier dat in mij huist brult niet meer
het huist alleen maar

het zoogdier wordt opnieuw warmbloedig
het vlees van mijn ontmijnde hartspier bonkt bonkt lonkt
ook ik ben een mens waard

14182278_10153703991957102_1817566519_n

Sfeerstukje uitSterker worden waar het pijn doet – deel 3 ‘van trauma genezen’.

♪Vancouver Sleep Clinic – Lung 

Gedragen

Dag Alfred
ergens in de stad
is er iemand die op jou heeft gewacht

zij slijpt hout
tot de beste versie van zichzelf
scherpzinnig grafiet prikt papier
open zal zij ook jou schaven liefdevol
rondom je goede hart

zij slijpt jouw naam
zodat hij al gaat leven nog voor jij lacht en huilt
zodat hij jou kan dragen

terwijl zij wacht is zij het die koffie drinkt
met de donkere vlekken schetsen maakt
haar huis vouwt
nu weet dat ze terug kan gaan
zodat zij jou kan dragen

nu kattenzacht
en sluipend schetst onder haar gedichten:
Mama Annelies

**
Geschreven voor Annelies De Ville  ∞ Alfred ∞ Benedicte Serroen.
In verbinding met Annelies*’ geboortekaartjegedicht:
* www.anneliesdeville.blogspot.com

20151117_200623

*Gelegenheidspoëzie! Dit gedicht werd geschreven voor Annelies en Benedicte die onlangs voor het eerst mama werden. Dichter Ward Mertens en ik brachten ons cadeautje samen op een gezellige regenachtige avond voor. Hij schreef ‘De Ooievaar (met een bloemkool in zijn keel)’ www.wardmertensschrijft.blogspot.be

20151117_200651

*scherpzinnig grafiet, geslepen door Annelies De Ville

Als we ermee kunnen leven

I.
het sap van de bomen
wat stuwt het sap van de bomen omhoog gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf

het water
wat duwt het water neerwaarts wanneer breekt het
breekt het een val

ik loop tot waar ik uitmond
op tocht gedurig vaste lijnen zoek om mijn lichaam
te herbergen

als we er niet langs kunnen
moeten we erdoor als we ermee kunnen leven
laat het dan vrij

het is een zekerheid
een rotsflank boven water gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf

elke zekerheid was eerst een keuze
en een keuze herbergt voor even
breekt een val

als we ermee kunnen leven laat het dan vrij

II.
ik laat je vrij omdat je vrij bent
ja

(dit is zo’n moment om ja te zeggen)

*Deze tekst Live in Simbolik, Brugge – een erg gezellige en warme halte op onze Poëziebustour 2016.

♪Ocean – John Butler Trio

♪Ane Brun – Still Waters
&
The sound that trees make534708_255639864558462_1760002636_n

copyright foto: Wildhart

Hoe schrijf je: niets

dat ze de kamer binnenkomt
en dat ze zich aan de keukentafel zet
hoe ze dat in een boek doen, zo
eenvoudig kan ik het niet

kan jij het, leven?
met die stilte
met enkel het gebeuren van dingen
hoe schrijf je: alles

hoe schrijf je: niets
ik wil vergeten
dat ik kan spreken
een moment veelzeggend beleven

er liggen woorden op de grond
woorden die vallen
tussen ons
nu wij elkaar krijgen

krijgen wij elkaars woorden
klein
tot we stil zijn
tot enkel het gebeuren van dingen

*Dit gedicht veroverde een plekje in ‘Het Gezeefde Gedicht’ van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele:

♪In a manner of speaking – Nouvelle Vague

woorden die vallen:

14182466_10153703778252102_166313775_n

Één zin

er viel eens iemand uit de lucht
recht in iemand anders’ armen
en ze zeiden niets

het was een omarming die bleef duren
want hoe weet je
wanneer het tijd is om iemand los te laten

alles duurt altijd langer
ik zie je graag
is maar één zin

en ik zie je graag duurt altijd langer

13907095_1270923356264595_570690049828251751_n

 

*Dit gedicht versierde een plekje op de Poëzieroute in Halen. Het kreeg één van de tien nominaties uit 300 inzendingen voor de wedstrijd ‘Klein Geluk’ Grote Poëzie- en fotowedstrijd Cultuurstad Halen.

♪Love story – Thomas Dybdahl

&
Run – Snow Patrol

Een tafelpoot erbij

volgens mij wil opa nog eens
met oma trouwen
of voor altijd
net met haar getrouwd zijn

voorbij de leeftijd van hun ouders
willen ze minstens geraken
dat zou mooi zijn
ze zijn nu bijna zo ver

zo ver dat ze verder
elke dag bij het opstaan
zegt zij je hebt het weer
een dagske kunnen verleggen

legt zich op zijn rug
een stevige tafel waarop handen
wijn, een handvol jaren
en af en toe begeerte rusten

zijn wandelstok is nodig
een tafelpoot erbij om te dragen
dat het leven dagelijks verlengt
en verlies zich telkens verlegt

zij dekt de volgende dag
op zijn grijze tafellaken
uitgekozen op de groei
want dat zou mooi zijn

14971357_10153861863242102_1481749926_n.jpg

 

foto: Eddy Verloes – Gepubliceerd in foto-gedichtenboek ‘No Time To Verloes’

Blauwe hanger

mijn blauwe hanger is mijn honger
ik heb honger dag en nacht doorlopend
als een koffiezet
bij elke ademhaling
pompen er prikkels zware cafeïne
door mijn zenuwen

mijn hart heeft water nodig
en een weg om thuis te komen
gelukkig is mijn lichaam eindig
aan mijn vingertoppen
zo blijft steeds een deel van mij
binnenshuis

mijn blauwe hanger is mijn buik
het is een waterput
dag en nacht doorlopend
als een spiegelbeeld
waarin ik broze bronzen vragen gooi
aan de waterput krijg ik spieren

van mezelf te zijn.

(schrijfopdracht cursus ’t Werkhuys: ‘breng iets mee dat belangrijk is voor jou en schrijf’)

(tagua) noot gekraakt – nieuwke gehaaldblauwe hanger

♪Daydreaming – Dark dark dark

Verwarde vogels

de enige rook die de boer vertrouwt
is de dauw die verdampt
en de nevel vroeg op zijn veld

een sigaret brandt in zijn eigen vel
zijn hand telt een zesde vinger
de enige waarmee hij zichzelf verwijt

dat de lucht verbleekt
hij strooit zijn hoop op de aarde verder
bewerkt ze en oogst slechts verwarde vogels

die de stank van beton ontvluchten
de kern staat hier niet meer centraal
kijken we niet verder dan een kilometer

spreken we van mist
de enige rook die de boer vertrouwt
op zijn verdwijnende veld is de nevel
foto verwarde vogels
foto: Eddy Verloes.
Eddy Verloes maakt zo’n schone foto’s van landschappen, natuur en mensen, dat ik mij niet kon inhouden…

You get the picture: bij 2 foto’s van hem heb ik iets geschreven.
De stukjes kregen een plek in het foto-gedichtenboek ‘No time to Verloes’.
Ook Maud Vanhauwaert, Lulu Wang, Ann Dewulf, Gui Nijs, Jan Vanhaelen en Dirk De Roo schreven iets moois.

Welkom op de Vernissage 1 mei in de Galerij Expo te Knokke.
+ verder op de expositie 1mei – einde zomer om de pure foto’s en teksten te zien. En geniet tegelijkertijd van een dagje zee? :-)

In de krant

Curieus? Preview hier.

Water na de wijn

we worden wakker
in een krater
heeft iemand mij geroepen?

waarom roepen we zelfs naar honden
ik wil zonder
koord rond mijn hals naar je toe komen.

we liggen op elkaars hart we liggen op elkaar
op elkaars maag
tot we terug op onze benen staan

we proberen elkaar te lezen
we zijn ergens gestopt met een fout te maken
het is achter de rug wanneer we ons omdraaien

we zijn jong zonder het te weten
de toekomstmuziek vergeten
we vallen als we te lang op één been diepvriesmaaltijden eten

’s nachts waden we bloot door onze huizen
op zoek naar water na de wijn
we zijn geen indianen meer

Meteorcrater.jpg

*Dit gedicht veroverde een plekje in ‘Het Gezeefde Gedicht’ van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele:

♪We’re young – James Arthur

 

Vrouwenmantel

ze is tien
alleen wat niet tot de les hoort, schrijft ze
op en tussen de lijnen gaat alles over liefde
ze is tien en gaat er al aan kapot

ze moet naar de dokter
onderzoeken hoe het komt
want ze kan de liefde niet

op school leer je exacte wetenschap
ze kan jongens nog niet meten en de liefde:
uit haar schriften gescheurd

iemand zei maak je borst nat en smeer je kuiten
de moed was van haar gerijpte borsten tot in haar schoenen gezakt
dus smeert ze haar schoenen in

met gescheurde liefde uit oude schriften
meet ze zich naast haar vrouwenmantel een man
mettertijd blijft een bord over

wegens geen wederhelft meer om voor te zorgen
wie minder eet, heeft niet perse minder honger
en dat het geen probleem zal vormen

want sommige dieren halen de lente niet
met de grote wijsheid van hun instinct
zoeken ze een plek voor de dood

vanaf nu speelt ze de tweede viool
dit moest haar van het hart
op haar tong en de liefde:

onder haar mantel gedroogd

my_second_violin_2a03efda070fceef68ea63dbdc0a45e7

*Dit gedicht veroverde een plekje in ‘Het Gezeefde Gedicht’ van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele.

Oud geluk

de naam voor een halve foto
van een oude vrouw met een appelrode jas
die alleen in het midden van een pier ijsbeent

haar evenwicht zoekt aan de wankelbare zee

terwijl zij afwisselend naar haar voeten, haar man en de horizon
achterom kijkt

de naam voor de wederhelft van een foto
van een oude man met een appelgroene jas
die alleen in het midden van een akker ijsbeert

zijn evenwicht houdt op het vaste land

terwijl hij om beurten naar zijn voeten, zijn vrouw en de grond
zijn blik schenkt

creatiefschrijven.be/jill-marchant-wint-beeld-express-januari-2015/

Ludo-Van-den-Schoor-kopie-266x300

Broos

ik maak een huis
in een stal van herinneringen
en van de gaten erin

het plafond weegt zwaar
het bestaat uit takken die ooit twijgjes waren
en die altijd

altijd kunnen breken
ik weet dat jij weet dat we – even – broos zijn
er ligt dik stof op de ruiten

licht kruipt
wringt
binnenin

barsten
tellen
slaan

(wachten tot ze gaan)

met deze muziek?♪)

Waar leggen we het nu

Afronden. “We moeten het afronden”, zegt ze.
Als het moet, dan moet het. Wacht. Ik vraag me af waarom het moét?
Ze zeggen toch evengoed “Alles mag, niets moet?” Wat klinkt het luidst? Wat echoot, wie fluistert, wie voegt werkelijk iets toe aan de stilte, wie zwijgt? Bon, mijn vragen spartelen tegen en tegenspartelen gaat steeds slechts voor even. Uiteindelijk is het altijd voor ieder een kwestie van accepteren. We moeten dus stillekes afronden.

Nog een vraag. Het komt niet voort uit uitstelgedrag, ik wil het echt graag weten: wat is dat dan, afronden? En hoe doe je dat met iets piekerig, iets dat zich niet laat vangen, dat gloeit, dat waait in de wind en danst op muziek. Kneed ik het het best samen? Het prikt een beetje. En prop ik het zo binnen de lijnen van een cirkel? Ik probeer het eens.

Ik geraak stilaan buiten het afgeronde geheel. Als voorbij een hek waaraan ik mijn kleren scheurde. En ik hoor het nog woelen achter mij. Ik wil dat het stilt. Ik wil dat alles zou kunnen stillen. En dan weer na een tijdje zijn eigen geluid aanneemt. Maar vanaf dan ook steeds weer kan stillen. Als iemand wil dat het stilt.

Zo, het zit er in, in de cirkel. Het is er in gepropt en opgeborgen. Zou het daar nu veilig zitten? Daarbinnen blijft het nog bestaan. En woekeren. Dat kan niet de bedoeling zijn. Tenzij het na een tijdje stilt, want iemand wil dat het stilt. Bovendien, waar leggen we het nu. Deze cirkel is slechts schijnbaar rond, er zullen nog vragen komen.

Het zou moeten kunnen doven als een smeulend vuurtje – want het is waar dat het warmte gaf. Neen, want dat het als as uiteen valt, dat wil ik niet. Dat het vervliegt en verdampt, evenmin. Weg is zo… weg. Het zijn geen stappen waarop je kan terugkomen. De theepot ‘Himalaya’ die we leegdronken, kunnen we er toch ook niet terug uitgieten.

Weet je wat het mag van mij? Het mag zoals een zonsondergang gaan. Mee met de zon onder gaan. En wanneer de zon terug opkomt, zal het er deel van geworden zijn. Want het is waar dat het straalde. En het werpt vanaf nu mee een nieuw licht op de te komen nieuwe dagen.

The National – Hard to find

Wijfjeshert

Leegte. Ik tast, ga tot op de naad, maar voel niets. Mijn haar waait weg in de wind. Ik draag al dagen dezelfde wollen bordeaux trui. De inhoud van mijn grote trekrugzak ligt uitgespreid op de stoep naast mijn voordeur. Mijn vijf paar onderbroeken – want vanaf vijf krijg je korting in de Hunkemöller – moffel ik gauw weg onder enkele minder verhullende kledingsstukken.

Na enkele dagen trekken langs Ardense bergen en dalen en gelijkvormige emoties, wil ik het liefst van al die ene deur in Brussel door. Waar een sticker van Bond Zonder Naam me ‘Weer of geen weer, altijd welkom’ heet. Desalniettemin, hier sta ik dan. Want ik vergat mijn sleutels. Bij mijn moeder die op enkele uren reizen op een Ardense heuvel woont. Dit vergeten draagt iets moois in zich. Alsof ik ergens diep vanbinnen na jaren van afstand en nadien van heropbouw opnieuw bij mijn moeder wil thuiskomen. Ooit heb ik reeds in haar gewoond.

Koortsachtig trek ik alle ritsen open die ik maar kan vinden. Van mijn rugzak dan toch. Ik tast opnieuw, ga tot op de naad en voel hoe een Maltezer aan mijn hand lekt. Ik heb honden al altijd empathische dieren gevonden. Het baasje van de Maltezer vraagt me wat er aan de hand is. Ik antwoord dat haar hond me daar net lekte. Nog voor ik kan opkijken of ze het woordspelletje begrepen heeft, hoor ik een gil. Ik zie hoe een fiets op enkele centimeters van de Maltezer halt houdt. Een man met een bordeaux muts waaronder zwarte krullen vandaan kruipen, vraagt me: “Ga jij op straat kamperen?” Een vraag uit de duizend. Het besef dat ik me gelukkig mag prijzen met mijn ‘weer of geen weer’ appartement kruipt luid bonkend onder mijn hoofdhuid. Ik leg hem uit dat ik mijn sleutels vergat en dat ik van plan ben om een slotenmaker op te bellen. Ik flap er ook nog uit dat dat klote is, want dat die mannen veel geld vragen voor twee minuutjes werk. En dat ik zou willen dat ik zelf sloten kon openbreken. De vrouw vindt het maar louche en zegt dat ze maar eens verder moest. Ik zie hoe ze in haar broekzak tast en haar sleutels aait.

“Ik kan je dat leren”, fluistert de bordeaux muts. “Ik kan je leren hoe je een slot openbreekt, als je wil”. In eerste instantie flitsen nodige overpeinzingen omtrent mijn goedgelovigheid door mijn hoofd. In tweede instantie denk ik aan de mogelijkheden en de magie die je kan vinden door uit je comfort zone te stappen, door het conventionele los te laten. Tevreden met de volgorde van deze gedachtegang, kijk ik de vreemde man aan. Ik zoek in zijn ogen naar vervreemding of vertrouwen. “Oké”, zeg ik en we schudden elkaar de hand. Zijn we nu partners in crime?

Ik haal er nog een partner bij, als buffer voor mijn eventuele goedgelovigheid. Ik bel aan bij de onderbuurvrouw vanop ‘het eerste’ en doe haar het verhaal in het portiek. “Als je snel fietst, haal je de Brico op de Charleroisesteenweg in Sint-Gilles nog voor sluitingstijd”, zegt ze. We schudden elkaar de hand. We zijn nu partners in crime.

“Tu t’appelles comment?”, vraag ik aan de man. “Je ne m’appelle pas, ce sont les autres qui m’appellent”, antwoordt hij cryptisch. ‘Prachtig”, denk ik. “Woon je in de buurt?”, probeer ik verder, om toch iets van mijn kompaan te weten te komen. “We moeten toch niet alles van elkaar weten vandaag”, antwoordt hij. Er klinkt een lichte spot in zijn stem. Hij merkt dat ik met vragen zit en dat ik zal blijven doorvragen tot hij iets lost over zichzelf. “Wie ben jij, dat weet ik toch ook niet? Dat vertel je mij misschien pas een volgende keer. Je moet niet ongerust zijn. Het is een bizarre situatie, maar ik ga morgen niet jullie appartement komen leegroven. Geloof je in synchroniciteit? Dan ben ik gewoon op het juiste moment langs gefietst. En heb ik ook op het juiste moment geremd voor die hond”, lacht hij. Het lijkt alsof hij mij overpeinzingen omtrent mijn goedgelovigheid heeft aangevoeld en hij pakte ze met humor aan. De onderbuurvrouw knipoogt en staat best goed met de schroevendraaiers die ze heeft bovengehaald voor straks.

We fietsen snel. Ik vraag hem – tot hij iets lost – of hij met deze interventie geen tijd verliest. “Tijd verliezen… is voor mij daarmee iets anders aan iemand aanbieden”. “Nog eens prachtig”, denk ik. Aangekomen in de Brico, lopen we naar de rayon met de sloten. Ik kies een nieuw exemplaar uit. Hij vraagt me hoe ik de klus wil klaren. Met een boor of met een ‘pied de biche’. Ik schiet in de lach. ‘Pied de biche’. ‘Voet van een wijfjeshert’. Ik vertel hem dat ik de klus zou klaren met een koevoet, ‘pied de vache’, waarop hij in de lach schiet. “Zo een grote voet heb je toch niet nodig…” “En nu wou ik jouw naam zeggen, maar die ken ik vandaag nog niet”. “Ik heet Jill”, zeg ik. “Aangenaam, ik heet Mohammed”. En we schudden elkaar nogmaals de hand.

“Hoe breek je weeral een slot open”, vraagt hij aan één van de winkelbedienden. De man legt gedetailleerd uit hoe je het best te werk gaat. Parate kennis, lijkt het. Ik probeer mijn verbazing te verstoppen en gedraag me als een volwaardige handlanger van Mohammed. Buiten pols ik even of hij nergens te laat komt door dit onverwachts moment van synchroniciteit. “Je ne suis jamais en retard pour moi”, zegt hij. Ik antwoord dat hij precies past op de laatste pagina d’un journal bij de kruiswoordraadsels. “Il y a differentes sortes de journaux. Journaux personnels, ‘dagboeken’ ou le journal basé sur l’actualité”. “Dagboeken zijn op een andere manier ook actualiteit”, speel ik hem de bal terug. We staan gelijk.

De voet van het wijfjeshert trapt mijn slot open. Ik installeer het nieuwe exemplaar op Mohammed’s aanwijzingen en vis toch nog een keer naar zijn achtergrond. “Ben je daar weer. Ja, waar liggen iemands wortels… die kunnen bij wijze van spreken in een ijsblokje hebben gezeten zonder verder te reiken. Of ze zijn kunnen groeien, alle richtingen uit”. “Je hebt een open geest”, zeg ik nog duizelend van zijn verreikende antwoord. “Un esprit ouvert. Hoe opent een geest zich? Heb jij biologie gestudeerd ofzo? Dat je weet hoe de geest als onderdeel van het lichaam zich opent zoals een deur of een slot?”, zegt hij dollend. Ik vraag hem of hij filosoof of poëet is. “Alles wat je niet meteen begrijpt, klasseer je dat dan onder filosofie op poëzie? Ik hou van woorden. En ik zal in mijn antwoorden aan jou en in alles wat ik doe op handen en voeten lopen in plaats van op mijn twee benen. Omdat wij onze hersenen continu moeten trainen om het conventionele los te laten”. Hij grijpt naar zijn portefeuille. “Kijk, aanhouder, je wint. Hier heb je mijn identiteitskaart. Zoek naar de wortels die je wil vinden”, glimlacht hij.

“En neen, want ik hoor het je denken: dit kost niets. Enkel een ‘goeie dag’ als ik u nog eens tegenkom. En een koffie. Tot dan”. We lachen en we schudden elkaar nog één keer de hand. Eindelijk thuis. Na een pak magie, gevonden vlak naast mijn comfort zone.

Tegelijk

ik reis te vaak met de trein
langs lappen stad
en landschappen die ik in wil stappen

ik rijd te snel door levens heen
waar ik te veel zie
dat mij van mijn sokken blaast

ik vertrek te snel
al wachtte ik nog 24 minuten op het perron
ik vertrok omdat ik niet kon blijven

we draaiden ons tegelijk na de omhelzing om

ik had er kunnen wonen
in die stad aan de andere kant van de trein
maar ik vertrok er telkens weer laatste keren

zonder sokken

♪Trains – Porcupine Treelose your train of thought

Getijden

ik dacht dat de zee op één plek aanspoelt
daar waar jij staat

en dat de golven in één richting bewegen naar daar
waar jij staat

maar hoe kan ik jou dan voelen
golven onder mij

hoe kan het dat ik in de spiegel van de zee
zie dat ik tegen mezelf bots

en jij voorbij vloeit

14632846_674067326102002_2827731282020106766_n.jpg

♪Twilight – Elliot Smith

Ik u niet

“Ik was u kwijt.”
-“Ik u niet.”

♪ A song for a lover of long ago – Justin Vernon

l’Espérance

omdat er café’s zijn

met namen
als Eendracht, l’Espérance en De Muze

heb ik hoop

wanneer woorden
de titel van een plaats of een boek bekleden
weten we dat ze belangrijk zijn

omdat er café’s zijn
als Chez Maman, Dreams en De Post

waar we thuiskomen
met mondjesmaat
ontboezemen

heb ik hoop

hoe later hoe meer
uit volle borst

Onderweg

ik ben onderweg naar een vuilbak

om mijn mond leeg
te braken
van platgetreden gesprekken

en van rupsen

om met mijn mond vol
naakte tanden
mijn cocon uit te spugen

en weg te wandelen

177463-400x244.jpg