In de plooi

als wij bij elkaar zijn dan
liggen in de plooi van jou en mij
twee vrouwen
met twee volplooide verledens
met rimpels en met vouwen

in een plooi komen twee vlaktes samen
en soms is één van die twee
wat er mist

het gebeurt wel eens dat ik me oprol
in iemands woorden
dan ben ik
even weg

ik denk dat ik er in een natuurlijke houding lig
dat ik er op mijn eigen plooi kom
terwijl ik er vooral op woorden val
ik val erop of erover
en dan houden wij een woordenduel …
maar ik heb mijn eigen woorden gevonden
en ik durf ze te delen hier en
nu en dan

jij kan jezelf helemaal willen opvouwen
het donker maken.
even weg zijn
er zwijgen
jezelf later verkreukeld ontwarren
stil
blijven
dan houden wij een stille twist …
maar jij hebt je eigen stem gevonden
en je durft ze te zingen
voor steeds meer mensen in je living

we vrezen soms dat we het alleen zijn
tussen onze zoenen door
meer gewoon worden dan het samenzijn
wij hebben al eerder geleerd alleen sterk te zijn
neen, sterk te worden
en ons zo te houden
deze lijn trekken we door naar elkaar

soms trekken we deze lijn door elkaar
dan zijn we zijden draadjes
en raken we in de knoop
wat later plooien we toe van het lachen
omdat we allebei niet kunnen strijken
en dan aaien we de plooien glad.

als er tussen onze zoenen door één van de twee mist
leg ik me daar waar we zouden overhellen
als een kat
het is er dan nog lekker warm
ik vind er jouw geur terug op mijn vacht
en ik wacht

tot wij terug bij elkaar zijn
daar wil ik verder volplooien en rimpelen
als twee vrouwen

17fd2084c26247188705f6f64aa68a5a_300x300_fit.jpg

Advertenties

Azra

Ik sta in mijn ondergoed in de trappenhal van haar appartement.
Het vriest, het sneeuwt, het is nog nooit zo koud geweest. En ik heb al gehuild in Wenen. Deze nacht. Wanneer ik begreep dat mijn bezoekje er op zat, dat ik na drie uur slapen mijn trekrugzak zou pakken en moest gaan.

“Maak je ons wakker straks?”, vroegen de twee zussen terwijl ze de joint nog een laatste keer doorgaven en zich in hun lakens draaiden.
“Tot straks”, knik ik. Niet tot binnen een jaar of twee, maar tot straks.
Stil sloop ik de slaapkamer uit. Ik hou niet van afscheid en ‘tot straks’ vind ik mooi.

En daar sta ik dan in mijn slip. Stil te staan bij het besef dat ik mijn kousen binnen in hun appartement vergeten ben. Ik heb nog zo’n 16 uur te reizen voor ik in Brussel thuiskom… Plots schiet de man van het ‘Peperkoekenhuizeke’ uit de Tiensestraat in Leuven door mijn hoofd. En dat hij de stoep voor zijn winkel met patchouli poetste en dat hij mij er tijdens mijn sandalenstudententijd op wees dat je sneller ziek wordt als je voeten kou krijgen. Ik trek gauw de rest van mijn kleren aan en voel de sneeuw onder mijn voeten kraken.

Op de bus richting de luchthaven van Bratislava zit nog iemand. Één iemand. Azra. Ze staart door het raam. Ze mijmert. Het lijkt alsof ze niet goed weet of ze moet vertrekken. En ik weet het ook niet. Ik spot een trekrugzak op het zitje naast haar en redeneer dat ze voor een tijdje vertrekt en dus wel kousen bij zal hebben. De bus begint te rijden, ze schrikt op en legt Björk het zwijgen op. Ze werpt de mp3 speler op haar schoot en ik probeer haar ogen te vangen.
“Hallo. Ik heb een gekke vraag. Je ziet eruit alsof je op reis vertrekt. Ergens naartoe gaat voor een tijdje. Je zal vast kousen bij je hebben…? Ik ben de mijne in deze stad vergeten. Zou ik misschien een extra paar van jou mogen… lenen?”.
Ze lacht. Luidop. Geamuseerd. Ze kijkt me warm aan en zegt dat dat inderdaad een gekke vraag is. Oranje, gele en blauwe streepjes krijg. Plus warme voeten.

Enkele uitgewisselde kousen, vriendschap en jaren later reist zij van Rotterdam met de trein via Antwerpen naar Brussel-Zuid. Daar zal ze de bus nemen richting Charleroi en daar vliegt ze terug naar Wenen. Ik stap in Antwerpen op die trein zonder dat zij het weet. Ik kijk naar alle mensen, zoek alleen haar. Ze hangt wat te slapen op een plekje naast het raam. De spitstrein zit overvol pendelaars. Ik zet me neer op de grond, teken een bloem, geef het briefje aan de man naast haar en vraag hem om het op haar tafeltje te leggen. Een halte later, in Mechelen, stappen al heel wat mensen af. Ik durf hem te vragen om te wisselen van plaats. Zij slaapt en ik zit zo stil mogelijk naast haar neer. Ik zie dat ze even opkijkt, dat ze ziet dat de zon over de velden uitloopt en dat ze lacht. Ze kiest een volgend liedje op haar mp3 speler. Ze kijkt niet om zich heen. Ze is graag alleen onderweg en reist haar eigen verhaal bijeen.

Brussel-Noord. Straks moeten we afscheid nemen en zij weet van niets. Zacht leg ik een hand op haar schouder. Ze opent haar ogen en hapt naar adem. Ze sluit haar ogen, ongelooft en lacht.

Brussel-Zuid. Die louche taxi hebben we afgewimpeld en haar bus naar de luchthaven van Charleroi staat op vertrekken. Wij staan stil. “Tot straks”, zegt ze.
Nu ben ik het die naar adem hapt. Ik hou niet van afscheid en ‘tot straks’ vind ik mooi.

541679_10151209054622102_1958306004_n

Dit is waarom

Hoe kan iemand in enkele minuten zoveel indruk op je maken dat je die persoon nooit meer wil vergeten?

Hoe kan je die persoon dan ooit nog terug zien. Blijft een boek niet beter dan de verfilming ervan? Een vervolgverhaal krijgt ook zelden zelf nog een vervolgverhaal. Titanic twee is reeds een gezonken schip. Zeg me ook niet wanneer we elkaar zullen terugzien als we de telefoon inleggen. Laat het maar stil zijn na ‘ik mis je’.
Maar ik heb geen schrik dat zij een illusie is. En dan nog, heb ik geen schrik.
Ik wil wandelen op die bevrozen zee uit haar brief en ik boek mijn ticket naar Estland.

Zuid-Afrika, een jaar voordien. “Speel eens een liedje”, vraagt ze me grijnzend. Ik zet mijn vingers klaar op de kleine blikken piano, een verjaardagscadeau voor een vriendin die ik terug aan het spelen wil krijgen. Ik grijns terug en speelde ‘teteteteeem, teteteteeem’, Beethoven, zijn vijfde symfonie. Haar lach verraadt dat ik de uitdaging win. Ik moest wel, ik wilde haar nog leren kennen voor ze terug naar Estland vertrok. De avond voordien toen ze zelfzeker op me afkwam, we vervolgens de Fransen versloegen met een spelletje biljart en teveel cider dronken, was haar laatste avond in Kaapstad. En ik had de hele klim naar Cape Point, het meest Zuidelijke punt van Zuid-Afrika en meteen ook van de hele wereld, moeten horen van mijn vriendinnen dat niemand zomaar ‘Tot in mijn dromen’ zegt voor het slapengaan. Ze hebben wel een ‘point’. Hoe kan je dat cliché zo onschuldig gebruiken zonder de betekenis die schrijvers en charmeurs er aan gaven? Komaan. Toch ontken ik wat mijn vriendinnen zeiden, wijt mijn blos aan de zon en vertel hen al zeker niet dat ik de hele nacht elke beweging en elk woord dat ze gemaakt had, terug had liggen spoelen.

Het uitzicht is prachtig. Niets dan zee. Hier kan je verdwijnen. Zwemmen, kopje onder gaan en aan het andere eind van de wereld uitkomen. Hier stopt de wereldkaart. Hoe kan iemand in enkele minuten zoveel indruk op je maken? Hier gooi ik het allemaal overboord.
Toch vraag ik haar nummer voor ze de taxi instapt en mogelijk uit mijn leven verdwijnt.

Ik kijk naar alle trams die voorbij rijden om te zien of zij er niet zit. Tallinn is klein, dus ik kom haar nog wel tegen. ’s Avonds in hun woonkamer vraagt ze me om mijn hand uit te strekken. Ze neemt het vast en zegt tegen de liefde van haar leven dat het bijzonder is iemand te ontmoeten wiens handen zo goed in de hare passen. Hij lacht naar mij, knipoogt naar haar en ik voel zo hard dat ik leef.

“Kan het zijn dat die vriendschappen voor jou hechter of intenser zijn dan je vriendschappen hier?” vroeg een doorreisde docente me ooit tijdens een cursus ‘Reisverhalen schrijven’. Pal erop, ze sloeg de nagel op de kop. Ik moet kunnen vertrekken. Niet altijd bereikbaar zijn. Niet weten hoe laat het is en meegaan met de zon. Ik wil loslaten en verlangen. Ik wil mogen terugkomen. Weten dat we elkaar terug zullen zien, maar nog niet wanneer. Ik wil mensen om me heen waar ik brieven naar wil schrijven.

Reisverhalen, ik heb er drie. Met Laura wandelde ik hand in hand over een bevrozen zee. Van Azra kreeg ik sokken en een prachtige vriendschap. Op het dak van parking 58 in Brussel keken Silvia en ik naar de knipperende kamerlichten van de appartementsblokken in de verte. Daar gaat iemand weg. Daar komt iemand thuis. Daar wordt een licht zacht gedimd en smelten silhouetten samen…
Dit zijn zo’n momenten waarrond een hele film zou kunnen draaien. Het is die ene zin die blijft hangen. Één zin die me kraakt, die tot bij mijn hart geraakt. Dit is waarom ik op reis ga. Dit is het antwoord op alle waaromvragen. Liefde, want daar draait het allemaal om.

I see a darkness – Bonnie Prince Billy

577343_10150742565052102_1399163382_n.jpg

Als je ooit

Als je ooit

als je ooit onder de indruk raakt van iemand
en daar niet van afgeraakt
omdat ze mooi is vanbinnen – dat zie ik ook
en als je dan verliefd wordt op haar
met als gevolg op elkaar

als dan tijd voorbijgaat
en je kijkt hoe het gaat
je op een bepaald moment misschien aan mij denkt
opnieuw of nogmaals ofzo
en glimlacht
en dat jullie het goed hebben gehad
of het in elk geval hebben gehad met elkaar
dat je misschien terug wil naar wat wij hadden
en voor even konden houden
waar we van hielden

als je me dan zou zoeken
of zelfs opzoeken
dan weet ik zonder woorden

dat je voor mij hebt gekozen
onze eerste keer zijn wij elkaar plots
en halsoverkop overkomen

als ik je na 5 minuten nog niet buiten kegel
je niet steek als een egel en bejegen
weet dan dat ik nog altijd voor jou kies
niets liever wil dan dit te bezegelen

ik ben blijven houden van
ons
en hoe wij alles samen hielden.

***
Als je ooit terug

als ik ooit onder de indruk raak van iemand
van iemand die ik niet kan vergeten

jij met deuren slaat
wij elkaars ramen inslaan
en ik nog verder van jou weg verhuis
als dan tijd voorbijgaat
tergend traag
veel te stil
zonder elkaar

als jij en ik erg afzonderlijk kijken hoe het gaat
en hoe niet
als we op een bepaald moment denken aan elkaar
hoewel we heel hard ons best doen om dat niet
om niets te doen

als zij en ik elkaar vinden
zij diep graaft en ik hoog vlieg
maar dat ik merk dat ik niet vrij ben
mijn enige hart nog aan jou kwijt …

als jij eens en dan weer ik
elkaar net misgelopen
terug willen naar wat wij hadden
voor even konden houden
waar wij van elkaar hielden

als er voldoende tijd is vervlogen
vacuüm en vrij
en we dan nog eens durven afspreken
tegenover elkaar
misschien een beetje leunend tegen mekaar …
met zwakke knieën en zware monden

als we merken dat er veel tijd is vervlogen
maar dat we elkaar nog altijd halsoverkop …
en dat we elkaar willen bijhouden
dan is er veel nog niet verloren

als ik ooit en als je ooit terug
wil komen
kom dan.

***
Als je ooit weg

als je ooit weg wandelt
dan hoop ik dat je jezelf onderweg
tegenkomt

jouw oriëntatie beter is dan de mijne
je jezelf omhelst
ziet hoe mooi je bent
zoals nooit tevoren
want wij hebben elkaar graag gezien
maar onszelf nog niet

daar is het nu tijd voor
en daarom kunnen wij niet bij elkaar zijn
we kunnen het zelfs moeilijk uitstaan
omdat het uitdagend is
we dan met elkaar willen praten en zoenen
tot het goed gaat met jou en met mij
want dat willen wij

maar we moeten onze eigen gaten opsporen
we moeten onze eigen deuren vinden
en onze ramen openzetten
wind laten waaien

en uitgewaaid thuiskomen bij onszelf
op een avond dat de tafel gedekt is voor één
weer denken aan die gaten
en proberen voelen waar ze zaten

als je ooit weg wandelt
omdat je de weg zoekt
dan laat ik je wandelen

jij zal dan zeggen dat ik dat doe omdat ik je niet
aankan
ik zal dan denken dat ik dat doe
gewoon doe
omdat wij altijd het gevoel hadden dat wij nog ergens moesten geraken
samen
en omdat ik eigenlijk ook gewoon wil wandelen
zonder moesten en zonder geraken

we konden elkaar wind in de rug blazen
maar we konden elkaar toen niet dragen – teveel gaten

als je dan ooit weg en elders bent
dan hoop ik dat je durft te huilen
van schoonheid en van verdriet
dat je tijd neemt om naar woorden te zoeken – en ik naar minder
dat je je laat drijven door je gevoelens
en niet door je angst
dat je drijft op je wensen inspiratie
je liefde
voor jezelf en voor mensen

weet dat het in dit leven is
in het leven dat ik in mijn eigen grote blote handen
houd
en met mijn eigen smalle vingers maak
dat ik jou en jouw zelfgemaakte leven wil terugzien

als je ooit weg wandelt,
dan hoop ik dat je nog een boek bij mij vergat

10511182_10204516439574890_1125125093094244857_n

Love won’t be leaving – Anna Calvi

Love More

Alledaagse wijn

Mijn vader drinkt elke dag wijn. Twee flessen wijn.
Één fles die hij ’s ochtends voor hij naar zijn werk vertrekt, al koud zet.
Eerst nog een dag juwelen verkopen.
En dan ’s avonds hierover verhalen ontkurken en uitgieten, uitstorten en uitspuwen als zure wijn. Steeds met een lichte afdronk van ontzetting over het feit dat hij als gepassioneerde zelfstandige fotograaf door de economische crisis contradictorisch genoeg gedwongen diamanten, sieraden en verraderlijk dure glinsteringen verkoopt. Eender wat.

Een tweede fles die hij ’s avonds uit het wijnrek haalt.
Welkom thuis, wens ik hem als ik de kurk hoor trekken.
Ik vloek wel eens op zijn gewoontes, maar ik ben blij dat hij niet alles is kwijtgeraakt. Dat hij al jaren onverandert en doorheen crisissen sterk zichzelf blijft. En ik weet vanuit mijn kamer dat hij eerst slechts de helft van zijn glas zal vullen. Met de wijn op kamertemperatuur. En dat hij deze nadien voor de andere helft zal aanlengen met de frisse wijn.

En dat hij dan een slok neemt. Het fornuis en de radio aanzet. Meefluit. En thuiskomt.

moulinventduboeuf_1

Ge kunt dat, en toch

Hoe telefoneert ge met uw lief
Als ge haar eigenlijk wilt kussen.

Hoe vertelt ge dat ge het sexy vindt wanneer ze nadenkt
over wat ze wil gaan zeggen.
En evenzeer wanneer ze uiteindelijk wijselijk besluit te zwijgen.
Hoe vertelt ge haar dat ge haar erg interessant vindt.
“Moest ik u nog niet kennen en u tegenkomen op café met uw Trippel
en met uw cafépraat…
Ik zou mijn ogen niet van u kunnen afhouden. Omdat ik u interessant vind, ja.
En razend knap”.
Zo?

Hoe laat ge haar voorzichtig weten dat ge haar mist,
maar dat alles ook wel goed met u gaat?
Dat de wereld dus niet vergaat. Dat ge een hele dag nog niet hebt gepraat. Maar dat er altijd dingen zijn waarvan uw hart overslaat.

Hoe vertelt ge dat ge zonder haar zou kunnen leven. Perfect.
Maar enkel met haar levensecht.

Moogt ge dat vertellen, dat ge haar nodig hebt?
Want ge zou haar niet roepen als ge op’t toilet zit en de bel net zou gaan… ge zou efkes vloeken, wat harder drukken, u spoeien en zelf gaan opendoen, natuurlijk.
Ge zijt een plantrekker.
Maar toch hebt ge haar nodig.
Ge kunt u zelf wel wassen in den douche – en stiekem wilt ge al het lekker warme water helemaal voor uzelf – maar toch glimlacht ge als zij met haar schoon handen over uw lijf wrijft.
Ge kunt zelf koffie zetten. U voor het kleinste en voor het grootste sterk maken.
Ge kunt dat echt.
En toch aan haar uw hart willen luchten.

Ge kunt kerstavond perfect apart vieren,
met de mensen die ge al jaren rond u wilt hebben
en met de nieuwe mensen in hun leven, erbij.
Met kaarsen schoon op de tafel geschikt.
Met alles exact op zijn plaats.
En toch nog een seconde twijfelen om de allerlaatste trein te nemen, naar haar.

Vertelt ge zo’n dingen dan aan iemand? Als ge een plantrekker zijt?

311891_10151035563872102_1875320143_n.jpg

Overal en nergens

“Word wakker, Jill. Je droomt, je loopt te traag met je alledaagse vragen. Je kijkt teveel rond en struikelt over domme details. Je staat op en loopt verloren tussen alles wat je ziet. Zo ga je overal, maar nergens naartoe. Ik weet dat toch ook niet, of koffie nu gezond is? En vanaf wanneer een slinger auto’s een file wordt? Word wakker, meisje. Leer je les. Love can’t buy you money”.

Zulke zinnen straffen het kind in mij af. Ja, ik ben een kind. Ik ben koppig en ik heb grote, hongerige ogen. Die droogstoppels die denken dat ze wakker zijn, hebben een kleffe tong. Ze weten het niet, maar ze krijgen tergend veel dorst. Zonder verwondering droog je levend uit.

En ik weet dat mijn alledaagse vragen een kwestie van leven of dood betekenen. Antwoord me, beantwoord me en leg me met verzinsels het zwijgen op.

“Wat maakt het eigenlijk uit, wie het hele land is afgereden om alle straatnamen op de kaart te zetten? Of wie het straatlicht uitknipt wanneer de zon opkomt? Wat maakt het uit wat vandaag weer de reden is dat de trein vertraging heeft, en dus ook die op het spoor er langs, die daarna en die daarnaast? Wat doet het er toe, hoeveel mensen er op dit moment liefde bedrijven? Wat doen ze ertoe, jouw vragen en wat levert dat op, dat rondkijken van jou…”.

Wat dat oplevert, rondkijken?

Dat levert het leven op. Leven, de poëzie ervan en af en toe, een geschreven stukje misschien?

 

9746_10151864005722859_731659492_n