Zoekzucht

citizennekaart_volledig_lr-page-0

 

*gedicht in opdracht van mijn favoriete organisatie in Brussel, Citizenne, die graag een nieuwjaarswens wilde schenken aan haar publiek. Illustratie van huistekenaar Stef Rymenants. Dankjewel voor deze mooie kans, vedettes van Citizenne!

Zoekzucht

dit is een wens voor mensen
in het zoeken zit het vinden
flaneren we daarom rond zuid centraal noord
wij zijn een kompas
in onze dagelijkse stad met streken
iedereen is een aanzet hier in dit oord

boven en beneden Brussel
wat een verleiding, ta tentation
mondiale grootstad met vele monden
laat ons spreken van jouw charme
in elk portaal
likken we hoopvol liefde jouw wonden

veelhoek met eigenzinnige kanten
verzameling sleutels van het moeras
city aan de Zenne
vedette
pupil van de irissen
waarmee wij beter kijken naar dit overgangsgebied tussen water en land

laat ons tegen elkaar wrijven met onze kern
in de straten rode draden maken
iedere aanzet is gelukt
in het zoeken zit het vinden
plekken om bij te huilen en om van te houden
om bij te blijven ademen na een zoekzucht

elk nieuw jaar is steeds een aanzet
belooft een betere versie van
witte vijvers om in te vissen
de zon slaat loodrecht op de middaglijn
ieder z’n zone op dit groot eiland
spektakel van markt tot coulissen

♥  jij bent aan zet

in onze schat met steegjes en spelonken
geef ze vonken
geef deze wens voor mensen:

hou liefde vol
hou Brussel vol
hou Brussel liefdevol

Wat er is

we hebben de nacht nodig
om de sterren te zien
iets nodig om te zien wat er is
niet eens de zon voor de kleur van alles maar
zuiver inktzwart duister
een schoot voor het licht van haar hemellichaam

iedereen die ooit leefde
heeft minstens één keer naar de maan gekeken
we huilden van blijdschap
en we lachten van verdriet
we hebben het maanlicht nodig
een schoot voor wat er overblijft in het donker

de wetten van de fysica vallen
minder is meer
de zon schijnt altijd
alleen soms gedempt door dekens en dan nog
de zee gaat niet onder
we hebben niet meer licht nodig
in het donker zien we dieper
elk lichaam heeft een eigen hartritme
een eigen soort licht

alles is er
past in geen parameter en toch
we hebben niets anders nodig dan wat er is
we hebben alleen nodig wat er is
alles wat we nodig hebben, is er
we moeten niets maken
we hebben niets nodig
alleen een schoot voor ons eigen licht
en een tweede schoot
voor wat er overblijft

we hebben de nacht
om de sterren te zien
en we hebben iets
dat het zwart tussen de sterren verlicht

14937824_10153861389107102_1566322364_n
*©voor de mooie tekening ‘Contrapunch’, bedank ik Maza.

♪we’re a part of something special

♪black as night

*’Wat er is’ werd geschreven na een belofte … Een belofte aan  Verhalenverteller Petra Beeckx. Deze straffe madamme kreeg me zover dat ik: – haar mijn notaboekje meegaf voor een week – dat ik openlijk mijn geheim over cola, spacecake en vogels opbiechte (wanna know?) én – dat ik daarbovenop nog een gedicht schreef voor haar nieuwe podcast ~soon to come op de wondermooie blog labeeckxblog.wordpress.

b4ff6a1f-5d57-44e4-9bcd-ec1261212876.jpeg

*(geentoeval)sterren gevonden enkele seconden na het opnemen van ‘Wat er is’ met Petra voor ‘De Kladversie‘ – in een klein zaaltje helemaal op het bovenste verdiep van deBuren.

Nachtschade

ge hebt mij mogen lenen
maar ge hebt mij niet teruggezet
wist ge niet waar
mij te leggen

waart ge vergeten
op welke plank
gij voor het eerst uw ogen brandde
in mijn flank
ik zoek een plek nu
verhuis
mij

ge zocht
naar hoe ge mij moest lezen
best ’s nachts of overdag?
ik wachtte
tot ge het juiste blad zou aanraken
gij tot ik zou openvallen
op de pagina met waarheid in pacht

ik vroeg het mij al af
of ge mij zou uitlezen
tot aan mijn open einde                           ge kunt daar niet tegen
gij met uw universum open deuren

ge hebt mij een paar keer verlengd         ge denkt altijd in het verlengde van
tegelijkertijd andere boeken
verleid                                                      ge denkt altijd in verleiding
ze op uw nachtkast gelegd
naar mij gekeken
een ‘neen’ gezwegen
haar in uw bed gelezen

ik zal de causaliteit niet overschatten
ik zal sec zijn: de uitleentermijn is overschreden
wij zijn klaar
wie betaalt
de nachtschade
wie de boete                                            we stonden op uw kaart
ik zal sec zijn: open einde                                       

 

Ohla … een eervolle vermelding in Meander met dit gedicht!

Restless *i set you free

♪Ane Brun – All we want is love 

Heuvelen

ieder zijn eigen pad
elk oneindige eeuwen erosie
oud zeer oud goud vergaat
jij stijgt en ik daal
we kruisen elkaar niet we heuvelen

jij jouw mijlen
koperen kokers waardoor jouw grondstoffen pompen
naar een ander land en ik zal mijn private bron aanboren
handeldrijven langs de kant van de weg
opraken en verder trekken naar slibrijke grond

jij jouw vluchtwegen
en ik de mijne jij jouw zon en ik dezelfde
wachten op dezelfde regen
het is goed hier

we worden opnieuw
oorspronkelijk
en vinden nieuw goud
je kan niet alles kruisen

d005bc37-97e3-4ed3-a570-df8a45d7de12

(merci Siska en Hilde voor de laatste zin na de eerste Tajine) (En merci Annelies voor het nieuwe goud) (En dankje Miet voor het heuvelen http://nl.wikipedia.org/wiki/Heuvelen)

16299455_10154015550492100_6793845198027262450_n

Actie van BILL voor Grote Gedichtendag Zoektocht. Ontdek BILL’s favorieten bij jou in de buurt ☺️ Stad: Brussel. Tip: hooi.

 

♪Iron and Wine – Upward over the mountain

&

♪Ongeveer

Iemand vraagt waarom

Kunnen jullie het, leven?

Er waren eens mensen
en zij probeerden het zo:

“Het was vandaag een goede dag,” zegt iemand, “want het had erger gekund.” “Ja”, zegt nog iemand. “Zonder man voel ik mij geen vrouw”, zegt iemand anders.“Hah.. dan ben je jezelf nog niet tegen gekomen”, zegt nog iemand anders.

“Ik was u kwijt.” “Ik u niet.”

Een vrouw met kroezelhaar wordt wakker en vraagt “wat heb jij net gezegd?” “Snot.” Hij herhaalt dat van dat snot. Zij kuist dat snot af. Hij kijkt haar aan. Zij kijkt weg. Hij blijft haar aankijken. Hij begint te fluiten. En zelfs al fluitend blijft hij haar aankijken. Net daarvoor had hij tegen een slapende vrouw gezegd dat haar kind met kroezelhaar snot had hangen. Al fluitend blijft hij haar aankijken.

Er stokt iets in mij en die stok die schraapt mijn slokdarm. Deze tram, deze stad vol allene mensen grijpt mij vanbinnenuit naar de keel.

Een vrouw gekleed in gekleurde gewaden zit te dicht bij. Het heeft niets met haar te maken. En ik vind de kleuren die ze draagt wel mooi. Ze zit enkel te dicht bij. Te weinig ruimte. Te dichtbij. Zoals bij een prille verliefdheid, dat je denkt: “Wo, dat komt nu toch wel echt dichtbij.” Een jongeman met zijn haar in een kuif naar rechts gestreken, draait zijn hoofd naar links. Een man met een leren lege aktetas zegt dat hij vandaag de neiging heeft om achterover te vallen. Hij zegt het zomaar luidop in tram 12 – traject Sportpaleis tot aan ’t Zuid.

“Zijt gij aan het liegen? Gij zijt aan het liegen. Weet ge, mij moet ge niks wijsmaken. Dat ik die hele kamer met javel moet kuisen … zal het gaan!? Gij zijt niet normaal. Gij wilt gewoon echt problemen veroorzaken”, zegt een vrouw in haar mobiele telefoon. Ergens is er dus een zwart schaap. En ergens staat er een bus javel – onaangeroerd.

Een Spaanse toeriste die gisteren klaarblijkelijk Brugge bezocht, zegt dat ze alleen zegt wat ze denkt. Dat moet dan veel zijn, denk ik, maar zeg het niet. Een vrouw met een boek op haar schoot stopt niet met praten. Het boek zucht. Sommige gesprekken zouden moeten gewist kunnen worden. Anderen dan weer bewaard.

Een jonge vrouw vertelt dat ze in een Worddocument het woord ‘thuisvoelen’ schreef. En dat ze het volgens de spellingchecker verkeerd geschreven had. Het zouden twee aparte woorden moeten zijn. Maar zij vindt thuisvoelen veel mooier aan elkaar geschreven. Ik ook.

De tram kreunt en komt tot stilstand. Twee blinde mannen stappen uit, tikken met hun stok tegen de straat, wensen elkaar goed thuis, wandelen parallel naar huis. Iemand zegt: “Ik zal haar zeggen dat ik het vergeten ben.” Ze legt af. Ze belt iemand op. “Ik bel je om te zeggen dat ik het vergeten ben.”

Ik ben vergeten wat ze vertelden over jou. Ik weet alleen nog wat je met mij doet …

Een gladgeschoren dertiger belt naar huis, zegt “coucou” en dat hij later thuis zal zijn dan gepland. Iemand vraagt waarom.

De vrouw naast hem briest nerveus: “Blijf rustig. Ook al ben je bang, toon het niet aan je kat. Ja, oké, ze klom in die boom. Maar jij moet rustig blijven. Niet tonen aan je kat dat je bang bent. Dat zou projectie zijn. Ken je dat, projectie? … Ja, maar blijf nu toch rustig!”

Ik blijf rustig. Ik stap de tram uit en ben rustig. Ik loop het zebrapad over. Iemand heeft mij eens gezegd dat ik niet zo moet lopen. Dat ik ook kan wandelen. Klopt. Ik mag verlangzamen. Me thuisvoelen. Allebei in één woord geschreven.

Aan de tramhalte hoorde ik nog juist iemand zeggen dat ze van zodra ze kan, ze de ruimte zal gaan klaarzetten. Die zin had ik niet willen missen. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. De wonderen zijn de wereld.

Het was vandaag een goede dag. Niet om van achterover te vallen, maar gewoon, goed.

En de ruimte … De ruimte staat al klaar.

Screenshot_1.jpg

*Met deze tekst won ik Naft voor woord 2016.

 

Deze tekst een week later in Het Appeltje tijdens het zeer fijne traject van Fameus – Tien op de schaal van Dichter – met beeld: FILMPJE

*ik kwam net van een heerlijk weekend in Parijs en was deze avond in Het Appeltje mijn oriëntatie, de kluts én mijn tekst kwijt. Ik vergat: “Een vrouw gekleed in gekleurde gewaden zit te dicht bij. Het heeft niets met haar te maken. En ik vind de kleuren die ze draagt wel mooi. Ze zit enkel te dicht bij. Te weinig ruimte. Te dichtbij. Zoals bij een prille verliefdheid, dat je denkt: “Wo, dat komt nu toch wel echt dichtbij.” Dankjewel Gust Peeters voor het beeldmateriaal!

*Een dankbaar hart voor dit hert:
This Is Hert maakte 2 liedjes gebaseerd op m’n stukje ‘Iemand vraagt waarom’ https://verhaalgemaak.wordpress.com/…/…/iemand-vraagt-waarom/ voor het project Entramie  — songs te beluisteren via beide fbpagina’s.

 

♪People Watching – Jack Johnson

Wanneer de tijd klaar is

Wanneer de tijd klaar is.
Dat is het enige dat we weten.

Er zal in tussentijd heel wat gebeuren. Mensen zullen werken, eten, slapen. Metro, boulot, dodo. Maandag werken, eten, slapen. Werken eten slapen (…) Vrijdag werken, eten, slapen. Weekend (zucht). Daartussen, tussen dat ritme, vindt het leven plaatsen en plekken om ons te overkomen. Sommigen zullen zich over dat leven verbazen. Anderen zullen verbazen. Ieder op zijn beurt.

Er zullen mensen op reis vertrekken. Op weg naar of weg van geliefden. Of beide of ergens tussenin. Ik zal een voorbeeld geven:

er viel eens iemand uit de lucht
recht in iemand anders’ armen
en ze zeiden niets

het was een omarming die bleef duren
want hoe weet je
wanneer het tijd is om iemand los te laten

alles duurt altijd langer
ik zie je graag
is maar één zin

en ik zie je graag duurt altijd, altijd langer

Er zullen dus mensen op reis vertrekken. Op een van die reizen zoekt iemand naar haar adem. Ze mag weten dat zij meer dan genoeg is wanneer zij heel gewoon zichzelf is. Ik zal het zo zeggen: als 100% het ideaal is, willen we minstens 80 bereiken, terwijl 60 eigenlijk al voldoende is en wij zelf sowieso volmaakt zijn. Ze mag nu voor zichzelf ademen in plaats van voor twee. Drie. Vier.

Ergens zal iemand naar woorden zoeken of een boek lezen, waarin ze dan die woorden vindt. In een stad worden twee vrouwen mama van hun kindje. Ze worden het steeds meer. Kilometers velden verder werpen bomen wulps hun vruchten in manden en monden. Ergens … hoor je enkel de wind. Lakens waaien. Moeders turen tevreden de tuin in. Moeders sturen de vrede de tuin in … Iemand borstelt haar paard en fluistert langs de wilde manen: “jij bent vrij”. Er worden tafels gedekt. Bloemen geplukt. Vazen gevuld. Er zal door ramen gekeken worden en heel soms door een ziel. Er zullen mensen verdriet hebben, steun of rimpels krijgen.

Anderen kennen geluk, of leren het opnieuw kennen. Ergens maakt iemand een nieuwe start. Ze is nog nooit zo naakt de zee in gewandeld. In het water zwemt ze haar uittredende oevers terug bijeen.

Iedereen zal tijd krijgen en iedereen leert elke dag bij. Niemand kent de weg. Verloren is slechts een synoniem voor ‘op zoek’. Niemand kan exact vertellen of voorspellen wanneer de tijd klaar is. Het is iets dat geleidelijk aan gebeurt en zich toch plots voltrekt. Zoals uw frank die valt. Iemand tegen het lijf lopen. Je loopt namelijk reeds een tijdje voor het letterlijk gebeurt. Het is al een poosje aan de gang voor de opgeschrikte “Oh, pardon” volgt, de “Miljaar, kijk toch uit” of de “Oh, hey …”

“… hey daar”. Iemand ontmoeten. Je weet dat dit kan gebeuren. Het is bijna vanzelfsprekend. Het is zelfs al een poosje aan de gang. Je loopt namelijk reeds een tijdje voor het letterlijk gebeurt. Je loopt rond tussen werken, eten, slapen. En als het dan toch plots gebeurt, “Hey daar” … is het helemaal niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Nochtans is het simpel. De tijd stuwt alles in de richting van eenvoud. Het is zoals een zelfgebakken taart. Of zoals een zelfgebakken brood, dat recept ken ik beter – twee kilo bloem, één liter water, wat boter en gist en een snuifje zout – een brood dat na het rusten klaar is om de honger van twee mensen te stillen. Zo ook stilt liefde de honger van twee mensen. Na het rusten. Na het breken. Helen. Groeien. Na het dieper doorbloeden van ons wijze hart. Wanneer de tijd klaar is.

tumblr_o6t9tzQcUy1uzh288o1_500.png

*Met deze tekst won ik de voorronde van Naft voor Woord 2016 in Mechelen 1/04/2016

♪The best thing – Doveman

Het daglicht niet

jij ook?
voel je dat?

wat heeft zich in mij genesteld?
wie heeft die knoop in jouw maag gelegd?

wat is er precies gebeurd?
welke herinnering blijft aan me kleven?

wat wil ik zo graag vergeten?
wat kom jij steeds weer tegen?

wat mag het daglicht niet zien?
wat kan niet groeien in dat licht?

laat je je raken?
ook door je eigen verdriet?

hoe verzacht ik pijn?
hoe verzacht ik ook maar iets?

ben je wie je zou willen zijn?
hou je van jezelf?

genoeg?

**

and-if-i-asked-you-to-name-all-the-things-that-you-love-how-long-would-it-take-for-you-to-name-yourself
stukje geschreven bij hoofdstuk 3 ‘Genezen van trauma’, deeltje 3.1 ‘Jij ook?’ voor het boek ‘Sterker worden waar het pijn doet‘.

Warmbloedig

vlees
vacht pels botten
iets bonkt bonkt lonkt

het reptiel wordt rustig
een kleverige blik glijdt over mijn lichaam
het zijn mijn vochtige ogen het is mijn lijf

mijn geest zweet nevel uit
het bange dier dat in mij huist brult niet meer
het huist alleen maar

het zoogdier wordt opnieuw warmbloedig
het vlees van mijn ontmijnde hartspier bonkt bonkt lonkt
ook ik ben een mens waard

14182278_10153703991957102_1817566519_n

Sfeerstukje uitSterker worden waar het pijn doet – deel 3 ‘van trauma genezen’.

♪Vancouver Sleep Clinic – Lung 

Gedragen

Dag Alfred
ergens in de stad
is er iemand die op jou heeft gewacht

zij slijpt hout
tot de beste versie van zichzelf
scherpzinnig grafiet prikt papier
open zal zij ook jou schaven liefdevol
rondom je goede hart

zij slijpt jouw naam
zodat hij al gaat leven nog voor jij lacht en huilt
zodat hij jou kan dragen

terwijl zij wacht is zij het die koffie drinkt
met de donkere vlekken schetsen maakt
haar huis vouwt
nu weet dat ze terug kan gaan
zodat zij jou kan dragen

nu kattenzacht
en sluipend schetst onder haar gedichten:
Mama Annelies

**
Geschreven voor Annelies De Ville  ∞ Alfred ∞ Benedicte Serroen.
In verbinding met Annelies*’ geboortekaartjegedicht:
* www.anneliesdeville.blogspot.com

20151117_200623

*Gelegenheidspoëzie! Dit gedicht werd geschreven voor Annelies en Benedicte die onlangs voor het eerst mama werden. Dichter Ward Mertens en ik brachten ons cadeautje samen op een gezellige regenachtige avond voor. Hij schreef ‘De Ooievaar (met een bloemkool in zijn keel)’ www.wardmertensschrijft.blogspot.be

20151117_200651

*scherpzinnig grafiet, geslepen door Annelies De Ville

Als we ermee kunnen leven

I.
het sap van de bomen
wat stuwt het sap van de bomen omhoog gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf

het water
wat duwt het water neerwaarts wanneer breekt het
breekt het een val

ik loop tot waar ik uitmond
op tocht gedurig vaste lijnen zoek om mijn lichaam
te herbergen

als we er niet langs kunnen
moeten we erdoor als we ermee kunnen leven
laat het dan vrij

het is een zekerheid
een rotsflank boven water gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf

elke zekerheid was eerst een keuze
en een keuze herbergt voor even
breekt een val

als we ermee kunnen leven laat het dan vrij

II.
ik laat je vrij omdat je vrij bent
ja

(dit is zo’n moment om ja te zeggen)

*Deze tekst Live in Simbolik, Brugge – een erg gezellige en warme halte op onze Poëziebustour 2016.

♪Ocean – John Butler Trio

♪Ane Brun – Still Waters
&
The sound that trees make534708_255639864558462_1760002636_n

copyright foto: Wildhart

Hoe schrijf je: niets

dat ze de kamer binnenkomt
en dat ze zich aan de keukentafel zet
hoe ze dat in een boek doen, zo
eenvoudig kan ik het niet

kan jij het, leven?
met die stilte
met enkel het gebeuren van dingen
hoe schrijf je: alles

hoe schrijf je: niets
ik wil vergeten
dat ik kan spreken
een moment veelzeggend beleven

er liggen woorden op de grond
woorden die vallen
tussen ons
nu wij elkaar krijgen

krijgen wij elkaars woorden
klein
tot we stil zijn
tot enkel het gebeuren van dingen

*Dit gedicht veroverde een plekje in ‘Het Gezeefde Gedicht’ van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele:

♪In a manner of speaking – Nouvelle Vague

woorden die vallen:

14182466_10153703778252102_166313775_n

Één zin

er viel eens iemand uit de lucht
recht in iemand anders’ armen
en ze zeiden niets

het was een omarming die bleef duren
want hoe weet je
wanneer het tijd is om iemand los te laten

alles duurt altijd langer
ik zie je graag
is maar één zin

en ik zie je graag duurt altijd langer

13907095_1270923356264595_570690049828251751_n

 

*Dit gedicht versierde een plekje op de Poëzieroute in Halen. Het kreeg één van de tien nominaties uit 300 inzendingen voor de wedstrijd ‘Klein Geluk’ Grote Poëzie- en fotowedstrijd Cultuurstad Halen.

♪Love story – Thomas Dybdahl

&
Run – Snow Patrol

Een tafelpoot erbij

volgens mij wil opa nog eens
met oma trouwen
of voor altijd
net met haar getrouwd zijn

voorbij de leeftijd van hun ouders
willen ze minstens geraken
dat zou mooi zijn
ze zijn nu bijna zo ver

zo ver dat ze verder
elke dag bij het opstaan
zegt zij je hebt het weer
een dagske kunnen verleggen

legt zich op zijn rug
een stevige tafel waarop handen
wijn, een handvol jaren
en af en toe begeerte rusten

zijn wandelstok is nodig
een tafelpoot erbij om te dragen
dat het leven dagelijks verlengt
en verlies zich telkens verlegt

zij dekt de volgende dag
op zijn grijze tafellaken
uitgekozen op de groei
want dat zou mooi zijn

14971357_10153861863242102_1481749926_n.jpg

 

foto: Eddy Verloes – Gepubliceerd in foto-gedichtenboek ‘No Time To Verloes’

Blauwe hanger

mijn blauwe hanger is mijn honger
ik heb honger dag en nacht doorlopend
als een koffiezet
bij elke ademhaling
pompen er prikkels zware cafeïne
door mijn zenuwen

mijn hart heeft water nodig
en een weg om thuis te komen
gelukkig is mijn lichaam eindig
aan mijn vingertoppen
zo blijft steeds een deel van mij
binnenshuis

mijn blauwe hanger is mijn buik
het is een waterput
dag en nacht doorlopend
als een spiegelbeeld
waarin ik broze bronzen vragen gooi
aan de waterput krijg ik spieren

van mezelf te zijn.

(schrijfopdracht cursus ’t Werkhuys: ‘breng iets mee dat belangrijk is voor jou en schrijf’)

(tagua) noot gekraakt – nieuwke gehaaldblauwe hanger

♪Daydreaming – Dark dark dark

Verwarde vogels

de enige rook die de boer vertrouwt
is de dauw die verdampt
en de nevel vroeg op zijn veld

een sigaret brandt in zijn eigen vel
zijn hand telt een zesde vinger
de enige waarmee hij zichzelf verwijt

dat de lucht verbleekt
hij strooit zijn hoop op de aarde verder
bewerkt ze en oogst slechts verwarde vogels

die de stank van beton ontvluchten
de kern staat hier niet meer centraal
kijken we niet verder dan een kilometer

spreken we van mist
de enige rook die de boer vertrouwt
op zijn verdwijnende veld is de nevel
foto verwarde vogels
foto: Eddy Verloes.
Eddy Verloes maakt zo’n schone foto’s van landschappen, natuur en mensen, dat ik mij niet kon inhouden…

You get the picture: bij 2 foto’s van hem heb ik iets geschreven.
De stukjes kregen een plek in het foto-gedichtenboek ‘No time to Verloes’.
Ook Maud Vanhauwaert, Lulu Wang, Ann Dewulf, Gui Nijs, Jan Vanhaelen en Dirk De Roo schreven iets moois.

Welkom op de Vernissage 1 mei in de Galerij Expo te Knokke.
+ verder op de expositie 1mei – einde zomer om de pure foto’s en teksten te zien. En geniet tegelijkertijd van een dagje zee? :-)

In de krant

Curieus? Preview hier.

Water na de wijn

we worden wakker
in een krater
heeft iemand mij geroepen?

waarom roepen we zelfs naar honden
ik wil zonder
koord rond mijn hals naar je toe komen.

we liggen op elkaars hart we liggen op elkaar
op elkaars maag
tot we terug op onze benen staan

we proberen elkaar te lezen
we zijn ergens gestopt met een fout te maken
het is achter de rug wanneer we ons omdraaien

we zijn jong zonder het te weten
de toekomstmuziek vergeten
we vallen als we te lang op één been diepvriesmaaltijden eten

’s nachts waden we bloot door onze huizen
op zoek naar water na de wijn
we zijn geen indianen meer

Meteorcrater.jpg

*Dit gedicht veroverde een plekje in ‘Het Gezeefde Gedicht’ van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele:

♪We’re young – James Arthur

 

Vrouwenmantel

ze is tien
alleen wat niet tot de les hoort, schrijft ze
op en tussen de lijnen gaat alles over liefde
ze is tien en gaat er al aan kapot

ze moet naar de dokter
onderzoeken hoe het komt
want ze kan de liefde niet

op school leer je exacte wetenschap
ze kan jongens nog niet meten en de liefde:
uit haar schriften gescheurd

iemand zei maak je borst nat en smeer je kuiten
de moed was van haar gerijpte borsten tot in haar schoenen gezakt
dus smeert ze haar schoenen in

met gescheurde liefde uit oude schriften
meet ze zich naast haar vrouwenmantel een man
mettertijd blijft een bord over

wegens geen wederhelft meer om voor te zorgen
wie minder eet, heeft niet perse minder honger
en dat het geen probleem zal vormen

want sommige dieren halen de lente niet
met de grote wijsheid van hun instinct
zoeken ze een plek voor de dood

vanaf nu speelt ze de tweede viool
dit moest haar van het hart
op haar tong en de liefde:

onder haar mantel gedroogd

my_second_violin_2a03efda070fceef68ea63dbdc0a45e7

*Dit gedicht veroverde een plekje in ‘Het Gezeefde Gedicht’ van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele.

Oud geluk

de naam voor een halve foto
van een oude vrouw met een appelrode jas
die alleen in het midden van een pier ijsbeent

haar evenwicht zoekt aan de wankelbare zee

terwijl zij afwisselend naar haar voeten, haar man en de horizon
achterom kijkt

de naam voor de wederhelft van een foto
van een oude man met een appelgroene jas
die alleen in het midden van een akker ijsbeert

zijn evenwicht houdt op het vaste land

terwijl hij om beurten naar zijn voeten, zijn vrouw en de grond
zijn blik schenkt

creatiefschrijven.be/jill-marchant-wint-beeld-express-januari-2015/

Ludo-Van-den-Schoor-kopie-266x300

Broos

ik maak een huis
in een stal van herinneringen
en van de gaten erin

het plafond weegt zwaar
het bestaat uit takken die ooit twijgjes waren
en die altijd

altijd kunnen breken
ik weet dat jij weet dat we – even – broos zijn
er ligt dik stof op de ruiten

licht kruipt
wringt
binnenin

barsten
tellen
slaan

(wachten tot ze gaan)

met deze muziek?♪)

P1010913

Waar leggen we het nu

Afronden. “We moeten het afronden”, zegt ze.
Als het moet, dan moet het. Wacht. Ik vraag me af waarom het moét?
Ze zeggen toch evengoed “Alles mag, niets moet?” Wat klinkt het luidst? Wat echoot, wie fluistert, wie voegt werkelijk iets toe aan de stilte, wie zwijgt? Bon, mijn vragen spartelen tegen en tegenspartelen gaat steeds slechts voor even. Uiteindelijk is het altijd voor ieder een kwestie van accepteren. We moeten dus stillekes afronden.

Nog een vraag. Het komt niet voort uit uitstelgedrag, ik wil het echt graag weten: wat is dat dan, afronden? En hoe doe je dat met iets piekerig, iets dat zich niet laat vangen, dat gloeit, dat waait in de wind en danst op muziek. Kneed ik het het best samen? Het prikt een beetje. En prop ik het zo binnen de lijnen van een cirkel? Ik probeer het eens.

Ik geraak stilaan buiten het afgeronde geheel. Als voorbij een hek waaraan ik mijn kleren scheurde. En ik hoor het nog woelen achter mij. Ik wil dat het stilt. Ik wil dat alles zou kunnen stillen. En dan weer na een tijdje zijn eigen geluid aanneemt. Maar vanaf dan ook steeds weer kan stillen. Als iemand wil dat het stilt.

Zo, het zit er in, in de cirkel. Het is er in gepropt en opgeborgen. Zou het daar nu veilig zitten? Daarbinnen blijft het nog bestaan. En woekeren. Dat kan niet de bedoeling zijn. Tenzij het na een tijdje stilt, want iemand wil dat het stilt. Bovendien, waar leggen we het nu. Deze cirkel is slechts schijnbaar rond, er zullen nog vragen komen.

Het zou moeten kunnen doven als een smeulend vuurtje – want het is waar dat het warmte gaf. Neen, want dat het als as uiteen valt, dat wil ik niet. Dat het vervliegt en verdampt, evenmin. Weg is zo… weg. Het zijn geen stappen waarop je kan terugkomen. De theepot ‘Himalaya’ die we leegdronken, kunnen we er toch ook niet terug uitgieten.

Weet je wat het mag van mij? Het mag zoals een zonsondergang gaan. Mee met de zon onder gaan. En wanneer de zon terug opkomt, zal het er deel van geworden zijn. Want het is waar dat het straalde. En het werpt vanaf nu mee een nieuw licht op de te komen nieuwe dagen.

♪Come let go – Xavier Rudd

14218069_10153704054407102_2089612934_n