Vanaf de aarde

Kunnen jullie het intussen, leven?

Ik tast nog steeds in het duister en ik tast nog steeds in het licht.

Ken je dat?

Wat er ook gebeurt, soms geven toevallige ontmoetingen, passanten
par hasard de juiste hint. Ze tonen je de weg niet, maar ze verschijnen
op je weg. Dat ze er zijn, die gelijktijdigheid, treft. Daarmee ga je verder.

Zo was er eens een archeologe.
“Soms zakt de zon in de aarde en wordt net op dat moment
de maan opgegraven”, zei ze. Toen vertrok ze.
Ze kon aan het licht zien dat het tijd was om te gaan.
Ze liet stof achter.

“Er is altijd een trilling tussen je voeten en de aarde”, zei een vrouw
met haar ogen toe. Ze zei het aan een groep ontwakende vrouwen.
“Zoek die trilling, vind ze.” Ik heb haar gevonden, dacht ik, met mijn ogen toe.

Tussen ons trilt ook de energie van de aarde. Als zij beweegt, beweeg ik ook.
Soms wordt een veer verliefd op een steen. Maar tussen ons is het anders. Wij zijn eenzelfde soort lichaam. Hielden meteen van elkaar.
Ze woonde wel in een andere stam. Waar het goed was.
Een soort liefde.
Toch. Op een dag kon ze aan het licht zien dat het misschien tijd was.

Vroeg? Snel? Of het kan wachten? Tot een volgend leven? Een volgend seizoen?
Hoe weten wilde ganzen die nu al terugkeren dat het tijd is?
Hadden ze in het zuiden de lucht uit het noorden geroken? Aan hun veren gevoeld
dat het hier winter en lente is, tegelijk? Terwijl het nog moet gaan sneeuwen,
want anders vinden de verwarde bijen de weg niet meer
naar hun eigen voedselvoorraad. We moeten voldoende nectarbronnen voorzien.
Langzaam wordt het nodige omgezet in honing.

Waar we ondertussen staan? En waarom?
We moeten ergens beginnen.
Ik hield van de volgende ochtenden als tevoren. Ik vertelde haar waarom.
Ik had aan de lucht geroken, proefde vroege lente in een zijdezachte winterprik.
Als zij beweegt, beweeg ik ook.
Maar dan nog kreeg ik haar niet overtuigd om op te staan en niet zo
moe te zijn – de gevoeligheid van de meeste mensen.
De avond heeft een verleden, dat de ochtend zich kan herinneren
of moet doen vergeten. De stam is gebarsten. Er is pijn. Er was een eenheid – nu getekend door een breuklijn. Er waait stof op, zwaar, grijs. Wat valt er?
Wat valt er op te graven? Wat willen alle geliefden?

En nu? Gaat het verder? Waar naartoe?
Hoe verklaren we deze liefde? Aan de hand van de cyclus van de natuur?
“Ik ben altijd blij als ik overdag de maan kan zien”, fluistert iemand
die door een burn-out en verdriet heen straalt. Ik ben ook blij voor haar.
“Vanaf de aarde groeit alles in de lucht”, zegt iemand die een stralend boeket van haar biologische bloemenboerderij voor me schikt.
Ze kent de bodem. Daarom neem ik het van haar aan.
Soms moeten we tien keer op een dag opstaan. Wat er ook valt op te graven,
vanaf de aarde groeit alles in de lucht.

“Waar zijt ge?!”, riep ik vanop de bodem de lucht in. Hoog.
“Ik had dit alles aan jou willen kunnen vertellen, papa. Alsof ik ergens nog
je goedkeurende blik zoek. Ja. Ik wil graag je ogen terugzien. Al van het moment
dat je ze sloot. Zien hoe je kijkt. Van iedereen zag jij mij het vaakst,
vanuit je ooghoeken. Je hebt zolang willen weten wat het beste voor mij was.
Ik wil je tonen dat ik het nu zelf weet. En ik wil dat je me zegt dat dit oké is …
want als ik barsten zie, wil ik ze gewoonlijk lijmen …”
Eigenlijk fluistert hij het antwoord heel de tijd. Niet waar hij is, maar:
“Het is goed je zo te zien. Je vond jouw soort liefde. Je leeft volop. Voor mij
en je moeder erbij. Leef volop.”

Gefluister vraagt ‘luister’. Ik luister. Geruisloos.
Wat is het geluid van een bloem die openkomt?
Beweegt ze zo traag dat wij het niet kunnen horen?
Maakt alles wat beweegt niet een minimaal geluid?
Een klank waarvan wij de frequentie niet kunnen opvangen?

Of we het zeker weten? Ja.
Dat denken we. Zo voelt het toch. Wanneer weet je iets zeker? Als je het weet?
Langzaam wordt het nodige omgezet in honing. We wachten.
We weten niet altijd waarop, maar we wachten. Beter gezegd: we nemen tijd.
Maken minimaal geluid. En toch breken er harten, zo traag dat wij
het niet kunnen horen, maar er wel altijd ergens een klank van opvangen.
Wat willen geliefden?
Dezelfde weg die omhoog gaat, gaat ook omlaag. Het begin van een cirkel
is ook het einde. Is eveneens een begin. Laat het gebeuren.
Alles komt in seizoenen. Ook de spullen verdelen. Die zwijgzame
oorverdovende bewegingen. Niet willen. Niet weten.
Tranen van een mooie man. Van een oogverlichtende vrouw.
Tranen van gouden kinderen.
Van aan de zijlijn barsten zien. Willen lijmen. Maar niets doen. Durven kijken.
En blijven staan.

Of we samen? Voldoende aarden?
Voor de buitenwereld lijken we rondtrekkende indianen.
Elk vertrokken uit onze eigen clan, trekken we afzonderlijk op pad.
Naar andere dorpen en nergenshuizen. Met een boodschap. Over een soort liefde.
We willen weten of dit mag zijn. Verzamelen pijlen, perspectieven en windrichtingen. Herbekijken dan ons eigen kompas.
We komen er toe, in ergenshuizen. Met aarde aan onze trillende voeten.
En zij maar zeggen: “Kom je iets vertellen? Hé? Kom je iets vertellen, zal ik
eens iets zeggen. Bij mij ging het zo: Pijn, spijt, tijd, slijt.
Dus denk er goed over na, weet wat je doet.” In plaats van dat ze luisteren.
In plaats van dat ze luisteren naar onze boodschap. Ons gefluister.
Naar de bloemen die openkomen.

Of we nog altijd? Telkens weer? Genoeg ademen?
“Adem in zoals je aan een bloem zou ruiken. Diep, vol. Vertrouw je zintuigen”,
klinkt een juiste hint van iemand op de weg. I bless my believers. Ik neem adem.
Ik krijg wat ik wil nemen. Leef volop. Tussen ons trilt de energie van de aarde,
een soort liefde.

Ik heb voor jou gekozen,
geliefkozen,
geliefde.
Wat jij ook kiest. Hoe je ook beweegt. In welke vorm dan ook.
Hoe dat dan ook klinkt. In mij het geluid van een bloem die openkomt.
Als zij beweegt, beweeg ik ook, beweeg jij, mij ook.

Ook in het donker. Soms zakt de zon in de aarde.
En ook al wordt op dat moment de maan opgegraven, soms duurt de tussentijd.
Dat schemerige niemandsland.

En toch. Heel eerlijk.
Tast ik steeds meer in het licht.
Vanaf de aarde groeit alles in de lucht. In welke vorm dan ook.
Vanaf de aarde groeit alles naar het licht.

✿ The secret life of flowers

♪ Into the earth – Nessi Gomes

♪ Twilight – Elliot Smith cover, Mikaela Davis

 

 

Oceanide

ik zie mijn ouders hun ouders in de wind
ik lig in de zee
zie vissen en vuurwerk
ik zeg hen dat we samen op restaurant gaan straks

ik lig in de witte zee
wil naar het droge, deze golf beweegt me nu teveel

ik zeg hen dat we samen op restaurant gaan
ik heb al honger en dronk zonet zeewater
ik wil naar het droge
deze golven bewegen me nu teveel

aanspoelen lijkt me aardig, ik gooi mijzelf op het strand
heb al honger en dronk zonet zeewater
het is een ervaring, ik drink toch liever water van de bron
aanspoelen lijkt me aardig
ik gooi mijzelf op het strand
het voelt als een vis in het water, op de aarde te zijn nu jullie er ook zijn
het is een ervaring, ik drink toch liever bronwater

hef dus de karaf waarmee ik jullie glazen zal vullen en ik zing
over vissen en vuurwerk
het voelt als een vis in het water op aarde te zijn nu jullie er ook zijn
ik zie vissen en vuurwerk
en hef dus de karaf waarmee ik jullie glazen zal vullen
en ik zing over vissen en vuurwerk
ik zie mijn ouders hun ouders in de wind

♪ Saturn – Sleeping at last

♪ Heaven I know – Gordi

*naar de ‘pantoum‘ waartoe we uitgenodigd werden door Suzanne (vrouwvanzoveel) op het Schaduw-weekend met de bijzondere cirkel die de 3B groep is * dank * IVtherapie – Educatieve Academie.

Randzee

hoe dieper we de zee ingaan

hoe minder kleren

hoe meer we op de rand van
enkel het nodige
in elkaars handpalm
weke levenslijnen lezen
blootvoets onze bloeddoorstroom verbeteren
genoeg hebben aan

water

wind

zonlicht

onze aarde

hoe meer we werkelijk
van de wereld zijn

in zee

♪ The Sea – Haevn

♪ Earth Prayer – Snatam Kaur

Van hieruit bij je

heb je daar woorden voor?

wat zou je stilte zeggen, als ze jouw stem had?

je mag kiezen
wat je vertelt

wat zou er gebeuren
als we datgene wat je gemist hebt hier voor jou zouden plaatsen
heb je daar woorden voor?

ja.

ze zijn:
ik wil je kennen
maar je bent al gestorven
een jaar geleden
zag ik je slapen
voor de eerste keer in mijn leven geloof ik
zag ik jou slapen
zou ik over jou waken
uren zat ik bij je, tekende bloemen
de berken buiten kregen gele bladeren
goud, zei je
toen je wakker werd
zijn er nog duizend mooie dingen gebeurd

we hebben tranen gekregen
we hebben er niet altijd
maar we hebben er wel gekregen
ik stak een kaars aan
de kaars die ik op je kamer wilde laten branden telkens ik bij je was
zo kon je zien dat we bij elkaar waren geweest
de verpleegster zei voor de veiligheid geen vuur, de rest ben ik vergeten
ik nam ze mee naar huis en schreef jou: ze brandt, ik ben van hieruit bij je
je schreef terug dat dat goed was

telkens ik de kaars uitblies
zag ik de mooiste dans
de vrij vloeiende vormen van de rook, bewegingen die onze ziel
ons lijf wenst in dit leven

gouden bladeren vielen van de bomen
jij was onderweg, wij waren bij je
het was de tweede keer dat ik je zag slapen
en je bleef slapen – zag ik de mooiste dans
je laatste adem hangt hier nog ergens in de lucht
je bent al gestorven
maar ik wil je kennen, mama

dat kan
het volle leven, mocht ik leren, is intens, met inbegrip van de dood
immens
ons hart kan veel
en ik moet niet alles doen wat mijn hart kan
maar ik ga doen wat mijn hart zegt
het zou goed kunnen zijn
er zullen nog duizend mooie dingen gebeuren

het zou goed kunnen zijn
goud, zei je

♪ Kiasmos – Held

70326544_939147966435156_2685030892795068416_n

Wachten op de wens

Il était une fois mais pas deux …

est-ce que je peux m’asseoir à côté de vous?
zo versiert hij een plek naast mij op een bank aan Mont des Arts

hij draagt een crèmekleurig maatpak
keurige schoenen
een rode pochet in zijn poche de poitrine
Jean, een 94-jarige Brusselaar

hij is een vriend van Jacques Brel geweest
qui n’était pas un voyou d’ailleurs, zette hij zijn vriendschap kracht bij

ken je het standbeeld van ‘t Serclaes op de Grote Markt?
– ooit lanceerde een verkoper op de zondagse vogelmarkt het verhaal
dat wrijven over de rechterarm van ’t Serclaes geluk bracht.
wie het deed zou zeker nog terugkeren naar Brussel
en mocht een wens doen –
ik ben een schieven architekt, ik heb er nog aan meegewerkt
aan de wensen, vraag ik
oui, si tu veux, geeft hij terug

elke derde dinsdag van de maand
heeft Jean met twee antieke kameraden een vergadering op het Koningsplein
na de réunion houdt hij de goede gewoonte aan naar de benedenstad af te dalen
en op de Grote Markt een glas te heffen
j’aime bien les bières nobles, zegt hij
soort zoekt soort, zeg ik

Brussel rolt over onze tongen
une Espagnole des Marolles vendait des caricoles
ken je dit, kwam je daar
ce coin, cette rue, die sculptuur
zie je misschien wat ik zie, jongeling
à regarder à nouveau, zeg ik

we lachen, de tijd verstrijkt
en hij vertrekt, peut-être au revoir mademoiselleke
je vous laisse à vos amours

later die avond in het licht van de volle maan
maak ik op de Grote Markt bij ‘t Serclaes een wens

de volgende de derde dinsdag zit ik op hetzelfde bankje klaar
om nog eens te wachten op iemand
met hoop
met de lichtheid van de mogelijkheid

om een vervolg een kans te geven
waardoor de eerste ontmoeting een begin kan zijn van iets
ik probeer einden te vermijden de laatste tijd

om met hem zijn goede gewoonte aan te houden en samen een edel bier te drinken
om in dat kleine gebaar – le temps d’un tchin tchin – mijn vader te willen zien
een glimps van de 94-jarige Brusselaar die hij had kunnen worden als zijn hart

om hem nog een keer te horen zeggen
je vous laisse à vos amours

oui, si tu veux
de afgelopen maand heb ik iemand een langverlangde kus gegeven

de afgelopen maand is Jean jarig geweest
94 zou 95 worden, had hij mij verteld
ik wilde hem feliciteren
ik blijf een uur en half naar de trappen van Mont des Arts kijken
speur de horizon af naar een rode pochet
fluister peut-être au revoir
je vous laisse à vos amours

♪ Le Grand Jojo – Folle Ambiance

 

 

 

 

Het gewicht van licht

ik ben net geland
in de gouden hand van de aarde

ooit te vroeg geboren
met wakkere ogen
nu op tijd, hier
ouder dan geschat

ik adem mijn longen vol
de lucht die ik daar verzamel
is de lucht waarin we samen leven
onder en boven de hemel

ik ben meegekomen met de wind
een licht gewicht
met smalle vingers
glip erdoor, dank voor je bezoek
smalle takken, straks waai ik weer
naar elders maar ik wortel
de boom die ik wil zijn
groeit terug naar boven

het licht dat wij verzamelen en geven
is het licht waarin we samen leven
onder en boven de hemel

a call for light – Lior Shoov

vuela con el viento – Ayla Schafer

 

Heliocentrisme

het is de eerste ochtend
van de wereld

de schaduw van de aarde ligt op de lucht

was vandaag dan niet de moeite
dat je gisteren al dood ging

ik weet weer wat ik heb
rouw was het tegenovergestelde daarvan
ik heb geleerd te leven zonder
nu wil ik opnieuw leven met
een hele dag vindt plaats en dit beseffen is alles wat ik doe vandaag

afscheid nemen gebeurt zoals een zonsondergang
soms zie ik het toevallig en onvergetelijk
soms zoek ik het moedwillig op
sommige avonden vergeet ik het
of sluit ik mijn ogen, clair obscur
andere avonden volg ik de lichtsnelheid per millimeter
ben ik een zonnebloem, word ik bewogen in al mijn zaden
door de zon die in wezen nooit ondergaat
we zeggen dat wel maar het is niet waar
wij zijn het die draaien met de wind
soms zagen we dezelfde dingen, mama, papa,
en soms zagen we dezelfde dingen anders

afscheid nemen gebeurt
een hele dag vindt plaats
mijn eerste verjaardag zonder jullie
de aarde gaat een beetje onder
draaien rond de zon is alles wat ik doe vandaag

54520088_556210074869925_4272189323492720640_n

♪ N’oubliez Jamais – Joe Cocker

♪ Follow the sun – Xavier Rudd

13151416_10153817418539635_6861342389614889714_n

Magasin du coin

‘bonjour et bonsoir’ zegt hij
terwijl hij de blauwe bakken binnenhaalt
on prépare la journée de demain

we weten verder niets van elkaars dag
en of de avond al begonnen is
enkel dat de laatste zon uit de Rue Vanderstichelen vertrekt
dat ik er graag ben en in gesprek geraak
met een oude man die vertelt dat hij hier nooit komt
dezelfde man die bij het buitengaan met zijn zak olijven ‘à la prochaine’ zwaait
dat hij dus op een dag terugkomt
‘parce que c’est un magasin gentil ici’

que c’est vrai
de commerçanten zeggen dat ze buiten over mijn fiets zullen waken
dat ik op hen kan rekenen
dat ze kleingeld zullen bijpassen mocht ik ooit tekort komen
voor mijn vijf kilo cacahuètes
dat dat veel is
‘we weten ook dat je ze uitdeelt, viens, schep nog een handvol bij’
en elke keer vragen ze wie deze keer de gelukkigen zijn

ze doen me twijfelen, terloops
in de magasin du coin
over mijn voorliefde
voor onuitgesproken woorden
over het genoeg
over bonjour of bonsoir
over wie de gelukkigen zijn

we stapelen blauwe bakken
voorliefdes en à la prochaines op elkaar
‘ce que t’as eu, t’as eu
et ce que t’as eu, tu as pour toujours’
genoegens sur des coins
préparations pour demain


♪ De Dagen – I Giorni – Ludovico Einaudi ugtgm

In de seringen

de seringen komen stilaan in bloei
maar jij bent er niet om het aan te vertellen

om me te zeggen
ik heb het gezien
en aan jou gedacht
aan toen je net geboren was

en dan stiller
aan hoe je vader met een bos seringen uit de tuin – mauve et blanc –
ons voor de eerste keer zag

en dan zou ik willen dat je zou zeggen
je kwam vroeg, het was nipt, maar ik zou je niet willen missen
licht bloempluimpje

het was één van de allereerste aroma’s die je rook
misschien daarom je lievelingsgeur, Lila?

ja

ik wil jou ook niet missen
daarom vertel ik je het je toch, mama
de seringen komen stilaan in bloei
ik heb het gezien en aan jou gedacht
kom jij ook stilaan, na de lange herfst van loslaten, terug?

ja

in de seringen
69696404-aquarell-bouquet-von-flieder-isoliert-auf-weißem-hintergrund-illustration-

The Lilac time – The first song of spring

Sensorgevoelig

Nog vier minuten.
De mensenzee stort de stad in.
Ik trek tegen de stroom in de trappen van het Noordstation op.
Hoe de wind ook waait,
we vloeien samen.
De man die aan de voet van de ingang accordeon speelt, krijgt enkele euro’s in zijn hand gelegd. Hij sluit zijn hand, maakt een zachte vuist, een gebaar van kracht. Deze ochtend oogt vriendelijk. Iemand heeft zonet voor de muziek gezorgd en vooral, voor de mens erachter. Het maakt mij essentieel blij wanneer we elkaar iets meer geven dan ons kleinste kleingeld dat we kunnen missen, dat we niet zullen voelen. Waarom zouden we niet willen voelen? ‘Alle kleine beetjes helpen’
en toch … in één keer een verwarmende koffie of een maaltijd kunnen betalen, dat ís iéts. Iets is soms even alles.

Voor de man met het draaiorgel die door Brussel trekt, vouwde ik dit weekend een briefje van vijf euro. Hij had mij uit mijn raam zien zwaaien, had gelachen en met zijn handen draaiend rond elkaar in de lucht getoond hoe ik het briefje waardering voor zijn wandelingen vouwen kon. Ik liet het waaien. Origamigeld is een mooie gift. We keken samen hoe mijn bijdrage door de lucht reisde. Het gaf ons de tijd om er samen om te lachen. Een euro zou te snel gevallen zijn. We zouden het niet gevoeld hebben. Nu hadden we tijd. Een moment van uitwisseling tussen het verzenden en het ontvangen. Het maakt mij intrinsiek blij wanneer we iets voelen
als we elkaar iets geven.

Tijdens de wintermaanden werd ik steeds gegrepen door zijn vingers die de koude trotseerden. Ook doorheen de donkere dagen speelt de accordeonist ’s ochtends solo aan de trappen van Brussel-Noord. ’s Avonds dan weer zag ik hem samen met kompanen muziek maken aan het Centraal Station. Zijn accordeon krijgt er gezelschap van een contrabas met twee gele en één rode snaar, een gitaar en een cimbalom. Hoe ze ook besnaard zijn, ze vloeien samen. Er is tijd om iets te geven, iets te voelen, iets door de lucht te laten reizen. Ik vouw een glimlach bij de muziek die we van hen krijgen.

Ik reis in de tijd.
Nog drie minuten.
Achter mij in de mensenzee zie ik een meisje met een krant in haar handen. Ze leest geconcentreerd de voorpagina terwijl ze verder wandelt. Haar zo te zien brengt me in contact met het gevoel gegrepen te kunnen zijn door iets. Op de voorpagina prijkt zeer terecht steeds weer een artikel over onze planeet, onze aarde en dus ook òns klimaat. Een gevoel van hoop grijpt mij. De voorbije nachten sliepen verschillende verbonden harten in tenten op het Troonplein tijdens Occupy for Climate. Het gegeven dat er ‘voor’ iets een actie plaatsvindt en al zeker als het de grond die ons draagt betreft, de natuur in ons, de natuur waarin wij zijn, raakt mij. Ik voel me vanochtend door de medemensenzee gegrepen en ik heb het grijpende een hand gegeven. We vloeien samen.

De glazen deur die tot de grote stationshal leidt, is gesloten. Ergens vangt een sensor mijn vorm op. De twee ramen waaruit de deur bestaat, openen zich langzaam. Ze vertrekken vanuit het midden en schuiven elk naar een kant.
Nog twee minuten.
Van zodra ik voldoende centimeters deuropening detecteer, stuw ik de voorband en het stuur van mijn plooifiets vooruit. Te snel. De sensor is in de war door mijn verschijning en de deuren blijven steken. Te veel prikkels. Een prikkel is nochtans een veranderende omstandigheid in de omgeving van de sensor en dat was ik, maar met te veel impulsen en sensorgevoelig.
Nog één minuut.

Ik glip toch gauw door de smalle opening. Meteen ben ik me breekbaar bewust van het feit dat ik als van glas ben, transparant. Dat het meisje dat mij zonder het te weten hoop had gegeven, mij ziet. Ik draai me om, zoek haar. Ik had een beter voorbeeld willen zijn, met respect voor mijn omgeving en diens gevoeligheden. Ik zie haar tussen de geblokkeerde ramen staan. Met haar rechterhand duwt ze rustig de glazen deur verder open. Ze houdt de krant op dat moment in haar linkerhand. Vervolgens wisselt ze van hand, houdt rechts de krant,
duwt de glazen deur open aan de linkerkant.
Wanneer de deur helemaal open staat, wandelt ze er beheersd door. Ook zij kijkt nog eens achterom, glimlacht tevreden om haar werk, knikt, wrijft in haar handen – nog zo’n gebaar van kracht. Ze is transparant, sensorgevoelig en een voorbeeld.

Zij zal de toekomst hoeden.
Wij samen.
We vloeien samen.
De trein vertrekt.
Ik reis in de tijd, door de medemensenzee gegrepen.
Het maakt mij intrinsiek blij wanneer we iets voelen als we elkaar iets geven.

♪ Chante de là où tu es

Moment des Arts

met mijn ogen toe
luister ik naar zijn ademhaling
zwoel zwelt de nachtlucht
en ik denk aan al mijn liefdes in deze stad

met zijn ogen toe
speelt hij met zijn gevoel
bij een adempauze kijkt hij naar de volle maan – naar meer
kijkt dan vanop de berg naar de kunst achter zijn rug: Brussel
dan naar de oprijzende moerasoevers voor zich
trappen waar passanten arm in arm, hand in hand, hand in haar
op Mont des Arts op dat moment – een hoogtepunt
hun blik nog even laten zweven over de benedenstad

een zilveren gloed vloeit over het gouden midden van het panorama
van koper is de soundtrack die hij met zijn ademtochten speelt
voor vele levens vanavond
of we nu klimmen of dalen

ik ben de avond daarop rond hetzelfde tijdstip teruggegaan
om hem meer te geven
dan de munten die ik de avond voordien in mijn portefeuille vond
we herkenden elkaar
‘je suis revenue pour vous remercier’
‘merci’
we glimlachten magnetisch
een jongeman danste naar ons toe
hij bonsde met zijn rechterhand op zijn hart, mouvement du respect
en legde tien euro in de instrumentenkoffer, geste doré
wij drie met onze handen op onze harten op de trappen waar passanten arm in arm
genoten van dat moment des arts onder de volle maan

van zijn mond gleed naar zijn hals een tedere trilling – zo ontstaat het geluid van saxofoon
de muzikant blies sterren de stad in
ze stijgen verder naar het bovenmaanse

ik heb het hem gevraagd en zijn naam en waar en wat hij het liefst en hij zei
‘op deze helling
met de lucht tussen ons
als ik ze tussen mijn lippen pers
kan ik mijn onderdak betalen’

in Brussel
zwelt zwoel de nachtlucht vol sax

B9716962022Z.1_20180918120257_000+GKSC2AMO8.1-0
(bron foto)

♪ Sax

Wij blijven leven

mijn papa is overleven
zei ik toen ik voor de eerste keer die zin
probeerde uit te spreken
aan de telefoon
tegen de eerste persoon
aan wie ik het zou zeggen

ik had gehoopt
je levend terug te vinden

– wilde ganzen vlogen over, trokken naar het zuiden – 

ik wou dat ik je had kunnen verwarmen
met liefde voor je ging

elke theekop die we ontheemden tijdens het legen van je huis
wilde ik het liefst in jouw handen leggen
opdat jij ze zou aannemen, op de juiste plaats zou terugzetten,
wij zouden blijven leven

nu leef je verder
in mij
ik zag je er vanochtend nog
je kop thee maken
er een speculaasje in soppen
overleven

Tea for two – Doris Day
Thank you very much – Leah Song
“I want to honor all the lessons of my father
for my life and longer, together we are stronger.”

46624219_203142223921873_868348245863038976_n

Het is mooier dan dat

de dood is groot
het zwarte gat dat ik zie wanneer ik je zoek

toch
niemand is ooit minder geworden van sterven
zwarte gaten brengen werelden voort

“je mama is aan haar laatste dagen begonnen
als ze wil sterven
dan helpen we haar daarbij
het is genadig”

genadiger had geweest een overlevingskans
dat was wat ze wilde

“je mama is gestorven”

maar ze is veel meer dan dat
het is mooier dan dat

het eerste dier dat ik zag na je dood was een libel, mama
net als bij papa
toeval?
meer dan dat
alle libellen sterven in de herfst

waar ik je nu voel, jouw nabijheid ervaar
is in liefde van het leven

altijdgroene bomen
zon, juist dan
een dier dat me troost
een glimlach van een medemens die lijkt te weten
het is mooier dan dat

20151225_160712

 We are all related – Nessi Gomes
♪ Thank you very much – Leah Song
“I want to sing all the songs taught by my mother.
Be strong but still be subtle let your life call out your rumble.”

De intentie telt

elke dag naar mama bellen
had ik maanden geleden op een lijstje geschreven
er stonden nog zaken op
waar ik me niet aan heb kunnen houden

lijstjes,
intenties
geconcentreerde verlangens
hartzaken die helder aan de oppervlakte opdagen

maar soms belde ik niet

soms belde ik niet omdat ik niet wist wat zeggen
soms belde ik niet omdat ik je de dag daarvoor al had gebeld
of omdat ik je de dag daarvoor al had gebeld en je eerder snel had afgelegd
misschien paste het niet, was je zwijgzaam
had je pijn
soms belde ik niet omdat ik die dag al zoveel had gepraat met anderen
dan schaamde ik me ’s avonds dat ik wel met hen praatte en niet met jou
soms belde ik niet omdat ik had gebeld en je niet opnam
soms belde ik niet omdat ik had gebeld en je had gezegd dat je zou terugbellen maar deed dat niet
– ik ook niet
soms belde ik niet omdat jij niet wist wat zeggen
soms belden wij niet omdat wij niet wisten wat zeggen

soms belden we wel en wisten we niet wat zeggen
soms belden we wel en zeiden wat we niet wisten

soms belde ik niet omdat ik stil een wens maakte:
dat de pijn zou zwijgen
en ik jou leven kon geven zoals jij ooit mij

ik besluit een nieuw lijstje te maken
ik noteer: elke dag geloven dat mama kan helen
en zet er in eenzelfde adem een vinkje achter

Screenshot_1
♪ Circle of women
May all Mothers know that they are loved
And may all daughters know that they are worthy

Het licht dat op jou schijnt

ik teken zorgvuldig, vanop afstand, een lijn rond jou
een omtrek is beter gezegd, want een synoniem daarvan is ‘nabijheid’ en dat wil ik
het liefst

je bidprent – neen dat is het niet want jij geloofde niet in gebeden maar misschien durf ik niet zeggen wat het eigenlijk gewoon echt is, je doodsprent –
je doodsprent is afgebakend en nabij
gelijkaardig aan hoe ik de waarheid tracht te vatten

dan teken ik je witte krullen
je fier gekruiste armen
je stijlvolle bril
de paarse zakdoek die een beetje uit je kostuumvestzak stak
je strik
je glimlach
je zag er onvergetelijk goed uit
tussen iedereen die hoe dan ook mooi was, het was simpelweg een mooie dag
op de trouw van je zoon, papa

als laatste teken ik het licht dat op jou scheen
het blijft schijnen
en ik blijf kijken

uit alle hoeken van de kamer
naar je kijken
helpt
om jou opnieuw tegen te komen
het is intussen al te lang geleden
zo lang duurde de tussentijd nooit
eerder

verplaatsen durf ik je doodsprent – nu ik durf zeggen wat het is, wil ik ook vooral zeggen wat ik vind dat het is en dat is boven alles een mooie foto van jou – niet
dan ben je weg waar ik je het laatst zag, dat lijkt zo echt
dan kom je op een andere plek weer terug
en dat weet ik te goed, dat dat niet kan

net zoals wanneer ik je soms nog roep
“papa?”
alsof je nog terugkomt
alsof je er bent, nabij zelfs
en elk moment “ja?” kan antwoorden

 

♪ Thank you for the days – The Kinks
“I bless the light that lights on you believe me

 A song to daddy – Lior Shoov


 

Zomernachten

vorige keer zei de bediende in het postkantoor dat de zon teveel straalde
de keer daarvoor te weinig, nu dat er regen in de lucht hangt
het ook altijd iets is en wij pechvogels zijn
dat het ’s nachts mag doen wat het wil,
maar nu nog niet want ze moet nog naar huis
ze vraagt of ik het begrijp

ik zeg dat ik nog naar huis moet,
vraag wat zij zou schrijven in een gedicht over de zomer
ze antwoordt dat ze me wisselvallig vindt
ik schrijf op een postkaart dat zomernachten mogen doen wat ze willen

*dankje Vonk en Zonen en Goethe Institut Belgien voor dit fijne ‘Postje’.

39665507_299138210640137_8903712971226611712_n.png

 

De kleine prinses

Er zit een geheimzinnig meisje recht tegenover mij in metro 5 – richting Erasmus.
Ze heeft een paraplu op haar schoot liggen en ze houdt hem stevig vast.
Ze kijkt door het raam.
Haar opa staat naast haar.
Zijn arm rust beschermend op de leuning van haar zitplaats.
We staan stil in Beekkant. De metro naast ons komt ook tot stilstand.

“Een slang! Die mevrouw houdt een slang vast!”, roept ze luid.
Ze wijst naar de metro naast de onze.
Verschillende mensen uit onze wagon kijken benieuwd rond.
Haar opa fronst.
Metro 5 naast ons vertrekt in de andere richting, naar Herrmann Debroux.
Zien speelt zich niet af in dezelfde hersendelen als weten
en er volgt zo’n moment waarbij je je afvraagt of wij nu bewegen, of zij.
Het is een optische illusie,
een waarneming van onze ogen die onze hersenen anders interpreteren.

Ik denk aan ‘De Kleine Prins’.
Hij tekende een boa die een olifant had ingeslikt
en grote mensen zagen er een hoed in.
Ik zie nog hoe de vrouw aan de andere kant van het raam
haar sjaal op haar schoot legt, terwijl de metro vertrekt.

Het kleine meisje friemelt aan haar paraplu.
Ze kijkt me guitig aan en ik fluister ‘kapoen’ langs mijn glimlach weg.
Opa Frons haalt zijn arm van de rugleuning,
legt zijn hand op de paraplu en houdt haar tegen.
“Niet opendoen”, zegt hij kort “We zijn er bijna. Nog één halte.”
Het kleine meisje kijkt heel even erg beteuterd.
Daarna kijkt ze me opnieuw met speelse ogen aan.
Ze plooit haar dichtgeklapte paraplu voorzichtig een stukje open.
En ze toont me – alsof ze me een geheim laat zien –
voorzichtig de prent van een prinses.

Ik denk opnieuw aan de kleine prins.
Opa Frons zag ‘de hoed’. Hij zag een sjaal en een paraplu.
Het kleine meisje zag een boa en verbergt in haar regenscherm geheimen.
Zij wilde mij per se, met een zekere urgentie zelfs, nog voor ze uit moesten stappen,
de verborgen prinses tonen.
Dat had haar opa misschien nog niet goed begrepen.
Zien speelt zich immers niet af in dezelfde hersendelen als weten.

Merci Brusselblogt voor de steeds mooie publicaties, ook van De Kleine Prinses.

Diapauze

niemand op het werk weet dat we vanavond
dansen als dieren

in een cirkel van verbonden bomen
achter onze gesloten ogen
opnieuw in stammen leven 
tijdelijk onderdak
onder een open hemel
worden we teruggetrild naar onze oorspronkelijkheid
kijken nog vluchtig een dagvlinder na
zien geveerde antennes en een roltong
wensen hem een zomer lang – en herkennen daarin ons verlangen

 

37597151_10155362501782102_536552019268206592_n - kopie

 

glimlach naar
http://www.deweegbree.be/ voor locatie, de cirkel van de de verbonden bomen
& http://www.ecstaticdance.be/

Maanvuur

voor de avond valt verzamelt de indiaan de hele zon en de volle maan

onderweg zijn de plooien van de bergen vouwen
van vrouwen die naar de wilgenhut wijzen

ze dalen met attente passen de hoogvlakte af
tot rond het vuur hun voeten op de aarde staan
de brandende stenen in hun wezen uit een rode gloed bestaan
de maanden weer oorspronkelijk uit de rondreis van de maan

de hut vult zich met honing en hymnes
vuurstenen sissen onder helend kruidenwater
gevlochten wilgentakken houden uitdijende vrouwenlijven bij elkaar
ze zingen en zweten zich zuiver in de zwarte warmte
uit de baarmoeder van de aarde weerklinkt de waarheid van het oude volk

blijven ademen fluistert de indiaan
tot handen vol aarddraden de open lucht opnieuw verwelkomen

herboren valt hij bij een smeulend vuur in slaap
met de warme hand van zijn Moeder op zijn hart

* dank aan Veerle Phara en de mooie vrouwen onder de volle maan 26.07.’18
http://www.kachina-creative2energy.com
http://www.templeoftheearth.org

Wat zie je

beeld je dit even in

je wandelt rechtdoor op een smal trottoir en voor jou wandelt ook iemand,
recht op je af. de ultieme passen naderen. je kijkt elkaar rechtuit aan.

zij geeft mij het hele voetpad
en ik geef haar een spiegel
wat je geeft
krijg je terug
karma

we kiezen een kant
we mogen er zijn
en zijn
rakelings
elkaars naaste
we zeggen samen merci

we doen wat we kunnen
we zouden zelfs durven stellen
dat we alles voor elkaar zouden doen
we zijn mensen
raken elkaar te vaak
alleen maar rakelings
terwijl we doen wat we kunnen maar
als we zouden durven
zouden we alles

beeld je dit even in

 

♪  Luwten – difference 

Walking feetfoto: Chris Goldberg